Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Burgers van twee werelden


Wijsgeren in alle delen van Europa formuleerden in de 18e eeuw ideeŽn over de gelijkheid van de mens en de inrichting van de staat.

Verbanning van de joden uit Praag in 1745 Ets voorstellende de verbanning van de joden uit Praag in 1745.
(Afbeelding: Nürnberg, Germanisches Nationalmuseum)
Hun ideeŽn vormden het fundament voor de emancipatie van de joden. Deze beweging staat bekend als de Verlichting of Aufklärung.

Maar toen Mozes Abrahams Perels en zijn vrouw Rachel Hartogs in november 1749 in Groningen arriveerden, wees niets nog op betere tijden. Integendeel! Zij hadden net een reis van 700 kilometer achter de rug. Waarschijnlijk hadden ze het grootste deel hiervan te voet afgelegd. Beiden waren in Praag geboren: hij omstreeks 1698 en zij circa 1717. In deze stad woonden destijds zoín 12.000 joden; een kwart van de totale bevolking. Het was tevens de grootste joodse gemeenschap in Europa en de stad gold als het belangrijkste centrum van joodse wetenschap en cultuur. De stad maakte deel uit van het Habsburgse rijk.

Prager joden beschuldigt


In 1740 leidde de troonsbestijging van Maria Theresia (1717–1780) uit het huis Habsburg tot de zogenaamde Oostenrijkse erfopvolgingoorlog. Zij beschuldigde de Prager joden ervan met haar vijanden te hebben geheuld. Daarom verbande zij in 1744 alle joden uit Praag. Ondanks pogingen van joodse gemeenten in onder andere Engeland en Nederland om haar op andere gedachten te brengen, bleef zij bij haar besluit. En begin 1745 verlieten alle joden Praag. Sommigen bleven in de buurt van de stad in hoop op betere tijden en anderen zochten elders een woonplaats.
Besluit van het stadsbestuur van Groningen dat Mozes Abrahams in de stad mag blijven wonen, 1754. Besluit van het stadsbestuur van Groningen dat Mozes Abrahams Perels uit Praag in de stad mag blijven wonen, 1754.
(RHC GrA Tg 1605 invnr. 321)
Ook Mozes Abrahams Perels en zijn vrouw zullen toen Praag hebben verlaten. Want in een verzoek om zich in de stad Groningen te mogen vestigen, schrijven zij dat ze door oorlogen vanuit hun geboortestad zijn verdreven. Hun nieuwe woonplaats verschilde in vele opzichten van hun oude. Het eerste wat hun zal zijn opgevallen, was het geringe aantal joden dat in de stad leefde: in 1754 woonden ongeveer 190 joden in Groningen. Vergeleken met Praag was het allesbehalve een centrum van joodse wetenschap of cultuur.

Geen synagoge


De joden hier beschikten nog niet eens over een synagoge. En waarschijnlijk had niemand buiten Groningen ooit van de rabbijn gehoord; die trouwens in eerste instantie zakenman was.

Ook de stad Groningen was veel kleiner dan Praag; de stad telde in 1750 zoín 23.000 inwoners. De stad was een regionale marktplaats voor het omringende platteland. Boeren waren verplicht hun waren eerst in Groningen te koop aan te bieden, voordat ze die elders mochten verkopen. Er werd twee keer per week markt gehouden, twee keer per jaar was er een jaarmarkt, en verder vonden er nog vijf paardenmarkten en een veemarkt plaats. De stad telde talloze ambachtslieden die voornamelijk voor de bewoners van de stad en de plattelandsbewoners produceerden.

De ambachtslieden waren evenals de kooplieden georganiseerd in beroepsverenigingen, gilden geheten. En wie geen lid van een gilde was, mocht geen beroep uitoefenen. De gilden stonden vijandig tegenover de joden die ze als onwelkome concurrenten beschouwden.

Bestaansmogelijkheden


Vandaar dat joden gedwongen waren een bestaan op te bouwen in beroepen of handel die buiten de gildedwang vielen. Vaak was dat het verhandelen van tweede hands goederen of nieuwe beroepen, zoals zegels snijden, sigaren maken, die niet onder de gilden vielen.

Lees ook de volgende verhalen