Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


De verknoping van de netwerken


Rovers waren op allerlei manieren met elkaar verbonden: via familiebanden, geografische herkomst, beroepsachtergonden en ethniciteit. Deze verbindingen zorgden voor de continu´teit van criminele netwerken in tijd en ruimte.

Kaart met het werkterrein van de diverse Duitse roversbenden tussen 1715 en 1788 Kaart met het werkterrein van de diverse Duitse roversbenden tussen 1715 en 1788.
(C. Küther, Räuber und Gauner in Deutschland, p. 16)
Feitelijk waren de joodse roversbenden uit het begin van de 18e eeuw in bij voorbeeld Saksen rechtstreeks verbonden met de roversbenden van het begin van de 19e eeuw. Datzelfde gold voor christelijke benden, alleen was hier de continu´teit geografisch beperkter. Voor het bijeenhouden en het verbinden van criminele netwerken speelden vrouwen een grote rol. De belangrijkste aanvoerders van de verschillende roversbenden waren met elkaar verzwagerd of anderszins aan elkaar verwant.

Verwantschap


Van de dochters van Jacob Mozes was Dinah Jacobs gehuwd met Abraham Picard. Hij behoorde tot een van de hoofdaanvoerders van de Brabantse, Meersener-Krefelder en Essener Bende en werkte nauw samen met de beruchte Duitse bandiet Schinderhannes. Rebecca Jacobs leefde meerdere jaren samen met de niet-joodse Franz Bosbeeck, een van de leiders van de Brabantse, Meerssener-Krefelder en Noord-Brabantse Bende. Roosje Jacobs had een verhouding met Mozes Ocker, hoofdaanvoerder van de Brabantse Bende en de Neuwieder Bende.

De geschiedenis van Hartog Herz Hamrik of Emmerik is een goed voorbeeld voor de continu´teit van de criminele netwerken in zowel tijd als ruimte. Zijn zwager Hartog Wolf of lederer Wolf stond bekend als een lid van een omvangrijke Duitse roversbende uit de eerste helft van de achttiende eeuw. Hij was omstreeks 1719 te Lubbeke bij Minden geboren. Tot grote ergernis van de niet-joodse bewoners vestigde hij zich omstreeks 1750 in de Groninger grensvesting Nieuweschans. De inwoners van het dorp verzochten de plaatselijke rechter zelfs om maatregelen tegen Hartog Wolf te nemen, omdat hij "tot grote ergenisse van de ingeseetenen slegte huijshoudinge" deed. Zijn faam was hem dus al vooruitgesneld. Hij huwde hier met Johanna Benjamins.

Hartog Herz Hamrik vestigde zich in 1773 te Nieuweschans en trouwde hier met Leentje Benjamins, de jongere zuster van Johanna. Na wat omzwervingen huurde hij een kamer in Winschoten. Hier had hij veel contact leden van de familie Feijtsburger, leiders van een roversbende die tussen 1760 en 1770 in Holland opereerde. Zonder twijfel zal hij er ook kennis hebben gemaakt met Jacob Mozes.
Kaart met het werkterrein van de Grote Nederlandse Bende en haar opvolgers Kaart met het werkterrein van de Grote Nederlandse Bende en haar opvolgers tussen 1785 en 1812.
(C. Küther, Räuber und Gauner in Deutschland, p. 16)

Verbanning uit de provincie Groningen


Na een veroordeling wegens verzet tegen een ambtenaar in functie werd Hartog Herz Hamrik in 1786 uit de provincie Groningen verbannen. Rond 1795 duikt hij op in Meerssen. Hij behoorde hier tot de vertrouweling van hoofdman Abraham Picard van de Meerssener-Krefelder Bende. Hartog Herz nam samen met zijn zoons Hartog en Wolf Hartogs deel aan meerdere overvallen van de Meerssener-Krefelder Bende. Toen zijn zoon Hartog na een overval op het huis van de koopman Cornel van Kreuchten te Havert een schotwond opliep, verliet hij in 1797 Meerssen. Hartog Herz verhuisde naar Neuwied en speelde daar grote rol in de Neuwieder Bende. Hij was een van de opstellers van het plan van de overval op de postkoets van Deutz naar Elberfelde, waarbij de bende het toen astronomische geldbedrag van 50.000 pond of livres buit maakte.