Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Een niet alledaags proces


Het echtpaar Moises von Hamm en Freuchen Gans was door zijn vele handelszaken in diverse processen met schuldenaars verwikkeld die niet bereid waren te betalen.

Een juridisch advies in het proces tussen Freuchen en de ridder Dietrich von Nehem Een juridisch advies dat 1622 in het proces tussen Dietrich von Nehem en Freuchen Gans werd opgesteld.
Afbeelding: Jüdisches Museum Westfalen
In het geval van Dietrich von Nehem, die als gewelddadig bekend en in 1591 wegens doodslag door de rechtbank in Hamm veroordeeld was, ging Freuchen na een bijna 20jarige strijd tot de beschreven dwangmaatregel over.
Moises en Freuchen hadden de adellijke heer in september 1599 een bedrag van 100 rijksdaalders geleend, en later nog andere bedragen in deze hoogte.

Toen Nehem met de aflossingen in gebreke bleef, beweerde hij dat hij geen lening ontvangen had. Reeds in 1609 diende Moises von Hamm een vordering in en kreeg in mei 1613 ook gelijk; de schuldenaar werd bovendien tot betaling van de proceskosten veroordeeld. Deze ging echter – tegen de bestaande rechtspraktijk – bij steeds hogere rechtbanken in beroep en wachtte af. Dit rekken van het proces accepteerde de bevoegde rechtbank in Kleve niet en beval de gedwongen tenuitvoerlegging van het vonnis.
Contract van Freuchen Gans met de partij van Dietrich von Nehem d.d. 20 januari 1622 Contract van Freuchen Gans met de partij van Dietrich von Nehem d.d. 20 januari 1622.
(NRW Staatsarchief Münster, Reichskammergericht [hoogste gerechtshof]- RKG N Nr. 212)

"Smaad en schande"


Tegen de in de zomer van 1619 uitgevoerde veiling ging Dietrich von Nehem bij de hoogste Duitse rechtbank, het "Reichskammergericht", opnieuw in beroep, maar hij verloor het proces – zogenaamd "met smaad en schande" – in 1621 definitief. Wegens "kwaadwillig en verwerpelijk beroep" moest hij bovendien nog een boete betalen.

De veiling van het vee was echter niet voldoende om de schulden van Nehem te betalen. Om het conflict definitief bij te leggen sloten de strijdende partijen, Freuchen Gans en Dietrich von Nehem, in januari 1622 op bemiddeling van vrienden een schikking betreffende verdere betalingen die notarieel bekrachtigd werd. Voor het schuldeisende echtpaar ondertekende in dit geval Freuchen Gans alleen. Door de chaos van de Dertigjarige Oorlog (1618–1648), waaronder ook het bezit van Dietrich von Nehem leed, werd deze overeenkomst waarschijnlijk niet nagekomen.
Het joodse echtpaar bezat de moed en hardnekkigheid om een twistzieke edelman als Dietrich von Nehem het hoofd te bieden. Het vertrouwen in de betrouwbaarheid van de christelijke rechtsinstellingen werd in dit geval niet beschaamd. Een voorwaarde voor het juridische succes was echter hun sterke financiële positie.