Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


De familie Van Dam: van uitdragerij naar ondernemer


Vanaf 1870 ontwikkelde de familieonderneming zich van een uitdragerswinkel aan de Carolieweg tot onderling met elkaar verbonden winkels waar nieuwe, uit Duitsland geļmporteerde kleding werd verkocht.

Kledingwinkel van Victor Nathan van Dam Kledingwinkel van Victor Nathan van Dam aan de Oude Ebbingestraat hoek Hardewikerstraat omstreeks 1905.
(Foto: RHC GrA Tg 1785 invnr. 459)
Bij de dood van Aron Comprechts van Dam in 1835 leefden van de oorspronkelijke dertien kinderen er nog negen: vijf dochters en vier zoons. Een van de dochters trouwde met Alexander Tanchom Levie, de stamvader van het grootste confectiebedrijf in Groningen. Van de vier broers zetten de twee jongste, Andries en Nathan het bedrijf van hun vader voort. In 1857 vertrok Andries naar Amsterdam en zette Nathan het bedrijf voort.

Nathan was in 1839 getrouwd met Rachel van der Reis. Ook hiermee trad hij in het voetspoor van zijn vader. Zijn echtgenote was eveneens een dochter van een vooraanstaande joodse familie. Bij zijn dood in 1866 bezat hij nog steeds een uitdragerswinkel aan de Carolieweg. Maar hij verkocht er eveneens nieuwe, uit Duitsland geļmporteerde kleding.

Nieuwe kledingwinkels


Vier van zijn zes kinderen (een dochter en vijf zoons) zouden een kledingwinkel openen. Godfried zette samen met zijn moeder de oorspronkelijke winkel voort, terwijl de andere broers in diverse delen van de stad ook kledingzaken openden. Hoewel deze zaken alle zelfstandige ondernemingen waren, opereerden ze op sommige terreinen gezamenlijk. In de dag- en weekbladen adverteerde men onder de naam Weduwe N.A. van Dam. Ook nieuwe kleding kochten ze samen in en waren daardoor in staat scherpere prijzen te bedingen.
Advertentie om kleermakers te werven Advertentie om kleermakers te werven voor de vervaardiging van confectiekleding.
(Groningen Toen 1985 p. 90)
Na 1880 nam de welvaart in Nederland toe. Gelijktijdig nam de sociale acceptatie van gedragen kleding af. Maatkleding was voor de rijkere nog steeds de norm. Maar naarmate de confectiekleding steeds beter werd, groeide de vraag naar dit product. De Van Dams en andere joodse kledinghandelaren voelden deze veranderingen aan en zij wisten tijdig de bakens te verzetten.

Thuiswerkers


Zij verkochten nu kleren die hoofdzakelijk in de talloze huisateliers werd gemaakt. De kledingwinkel had een coupeur in dienst die de stof volgens een bepaald patroon knipte, waarna kleermakers tegen stukloon de kleding in elkaar zetten. Vraag en aanbod bepaalden wat de kleermakers hiervoor als loon konden vragen. En om de buitenlandse concurrentie het hoofd te kunnen bieden, waren deze bedragen erg laag.
In 1903 afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst in de kledingindustrie In 1903 afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst in de kledingindustrie.
(J. van Gelder, De confectioneurs van Groningen. Levie: de oudste en de laatste, p. 7)
Een rapport uit het begin van de 19e eeuw geeft een schril beeld van de toestand waarin het merendeel van de zelfstandige kleermakers gedwongen was te werken. Een rapporteur beschrijft de allereerst de vrouw die hem opendoet en daarna de situatie die hij aantrof:

Onmenselijke toestanden


"[de vrouw] wier geheel gezicht onder dikke gele zweeren bleek te zijn. De man werkte in de kamer welke bij opname bleek bezet te zijn door genoemde vrouw, een oude vrouw, 3 kinderen en bovengenoemde man. Het mobelaar bestond uit twee gewone tafels, een kleermakerstafel, enige stoelen en twee kachels en zag er verbazend vuil uit. Voeg hier nog bij het feit dat in dezelfde kamer gekookt, gegeten en geslapen wordt endat er, zoals vermeld werd, buiten de bedoelde kinderen nog vier zijn die buitenshuis werkten."

Tezelfdertijd, rond 1900, verschenen ook de eerste ateliers met naaisters en kleermakers in loondienst. Maar ook de ateliers konden de concurrentie uit het buitenland alleen het hoofd bieden door lagere prijzen te berekenen. In 1903 en volgende jaren voerde het asociale beleid van de kledingzaken tot grote stakingen. Er werd besloten tot de invoering van een loonlijst waarop een vast bedrag aangegeven was voor elke kledingsoort.

En in Lublin...