Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


De familie Van Dam: van buitenstaanders naar gezeten burgers


Aron Comprechts van Dam kan worden beschouwd als een van de stamvaders van de Groninger confectie-industrie.

Als we willen begrijpen waarom een ondernemer succesvol was, is het belangrijk iets van hun persoonlijke geschiedenis te weten. Behalve de individuele kwaliteiten van een entrepreneur, kan zijn afkomst inzicht geven in het waarom van het succes van een fabrikant. Vooral de relaties tussen families zijn vaak erg belangrijk ter verklaring van hun succes.

Aron Comprechts van Dam kan worden beschouwd als een van de stamvaders van de Groninger confectie-industrie. Zijn voorouders woonden zeker al sinds 1700 in Groningen. Zijn grootouders waren Abraham Nathans en Esther Heimans. Zij woonden een groot deel van hun leven in het dorp Muntendam (Veendam). Van deze plaats is de latere familienaam afgeleid.

Handelaar in veters en vodden


Grootvader Abraham Nathans was een koopman in veters en linten, vodden en oud ijzer. Een van zijn kinderen, Comprecht Abrahams, vertrok omstreeks 1760 naar de stad Groningen. Hier trouwde hij en probeerde als handelaar in ongeregelde goederen aan de kost te komen. In 1769 overschreed hij hierbij de regels en werd uit de stad verbannen. Comprecht verhuisde naar de naburige provincie Friesland en vestigde zich uiteindelijk in Leeuwarden.

Een van zijn kinderen, Aron Comprechts van Dam, verhuisde in 1795 naar de stad Groningen. Hij trouwde hier met Frouke Comprechts. Zij was een dochter van Sara Levie Simons uit Emden. Belastinggegevens tonen aan dat haar stiefvader Levie Eleazar Cohen tot de hogere middenklasse van de joodse gemeente in Groningen behoorde. In 1796 maakte hij zijn testament op en bepaalde dat zijn stiefdochter zijn enige erfgenaam was. Die erfenis zal niet gering zijn geweest. Want kort na het opmaken van dit testament kochten Aron en zijn vrouw voor een bedrag van 1250 gulden een huis aan de Haddingestraat.

Gegoede burgers


Zes jaar later verkochten ze dit huis weer met een winst van 52%. In deze korte tussentijd moet het Aron behoorlijk voor de wind zijn gegaan. Want hij kocht in 1802 een woning aan de Carolieweg voor een bedrag van 3200 gulden. In een tijd dat het jaarloon van een timmerman ongeveer 110 gulden bedroeg, was dit een enorm bedrag. Korte tijd later kocht hij het eveneens het burgerrecht en het recht van het koopliedengilde. Iets meer dan dertig jaar nadat zijn vader uit de stad was verbannen, behoorde Aron Comprechts van Dam nu tot de gezeten burgerij en was een gerespecteerd man.

Er zijn onvoldoende bronnen om een scherp beeld te vormen van de precieze activiteiten van Van Dam. In 1817 staat hij vermeld als handelaar in gedragen kleding. Dat hij zakelijk succesvol was in deze tijd bewijst niet alleen de koop van vastgoed en land, maar ook de hoogte van zijn belastingaanslag. In 1813 behoorde hij tot het selecte groepje van zeven joden in de stad Groningen (99 personen waren belastingplichtig) dat 50 francs of meer betaalde.
De bekende Groninger marktkoopman Jacob van Dam, circa 1929 Niet alle leden van de familie Van dam waren succesvolle ondernemers, zoals bijvoorbeeld de in ongeregelde goederen handelende marktkoopman Jacob van Dam, circa 1929.
(Foto: RHC GrA Tg 1785 invnr. 5487)

Hoog in aanzien binnen de joodse gemeenschap


Zijn zakelijk succes was ook van invloed op zijn positie binnen de joodse gemeenschap. Toen in het najaar van 1811 in de provincie Groningen een voorlopige lijst van 25 vooraanstaande lidmaten moest worden opgesteld, die het best de belangen van de joodse gemeenschap konden dienen, stond ook de naam van Aron Comprechts van Dam op de lijst.

Het lijkt aannemelijk dat zijn huwelijk met de dochter van een vooraanstaande joodse familie belangrijk is geweest voor zijn succes als ondernemer. Het verschafte hem kapitaal om een zaak op te zetten, die hij wist uit te bouwen tot een winstgevende onderneming. Bij zijn dood in 1835 was hij een welvarend man. Hij bezat onder meer vier huizen en in de buurt van de stad nog eens 19 bunder land. En als penningmeester van het genootschap Gemiloeth Chesadim Kabranim genoot hij ook binnen de joodse gemeente veel aanzien.

En in Westfalen...