Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Oppositie tegen de idealen van Snatich


Niet iedereen was even blij met het instituut Tipereth Bachurim. De oprichting van de school had tot gevolg dat alle bestaande joodse scholen hun poorten moesten sluiten.

Ook de al te verlichte ideeŽn riep weerstanden op bij het orthodoxe deel van joods Groningen. Dat het leerlingenaantal na enkele jaren afnam, zou veroorzaakt kunnen zijn door de reserves bij de orthodoxe joden.

Het verzet tegen de vernieuwingen beperkte zich niet alleen tot joodse kring. In 1818 richtte David Snatich samen met zijn zuster Theodora een "industrie- en leerschool voor meisjes" op namens de Groninger afdeling van de christelijke Maatschappij tot ít Nut van het Algemeen. Samen met zijn zuster en drie christelijke onderwijzers zou hij de lessen verzorgen. Hierover ontstond al snel rumoer binnen de Maatschappij. De tegenstanders vonden het verschil in godsdienst tussen joden en christenen zo fundamenteel, dat het ondenkbaar was dat een jood op een christelijke school onderwijs zou kunnen geven.

Een rumoerige vergadering


De opposanten verzochten het bestuur van de Maatschappij een ledenvergadering te beleggen, om over het besluit te debatteren. De vergadering kwam er en verliep erg rumoerig. Van de tegenstanders mocht de ook aanwezige David Snatich de vergadering niet bijwonen. Misschien murw gemaakt door de beledigingen aan zijn adres, verliet hij de bijeenkomst. Kort daarop schreef hij een brief aan het bestuur van de Maatschappij, waarin hij onder andere reageerde op het voortdurende gebruik van het woord "jood" door de tegenstanders van de meisjesschool.
De tegenstander van joodse emancipatie Mattheus van Heijningen Bosch (1773–1821) De krantenuitgever Mattheus van Heijningen Bosch (1773–1821) was een fel tegenstander van de joodse emancipatie.
(Afbeelding: RHC GrA Tg 1785 invnr. 16879)

"Bevreemding"


"Een benaming [die] mij nooit door eenig weldenkend Christen is toegediend [maar] eene benaming die mij als IsraŽliet dierbaar is. Uit de mond van de heer Van Heijningen Bosch klinkt dit woord des te vreemder dewijl hij zeer dikwijls aan mij betuigd heeft dat men mij uiterlijk voor geen jood zoude herkennen en dat het Christen publiek dit althans in geene verachtelijke zin in mij zag."

Het bestuur weigerde zijn besluit terug te draaien. De tegenstanders bleven evenwel de publiciteit zoeken en schakelden zelf het landelijke hoofdbestuur van de Maatschappij in om hun gelijk te halen. Hierdoor kreeg de affaire landelijke bekendheid onder de naam "Groninger kwestie". Wellicht lag de hele affaire ten grondslag aan het besluit van Snatich zijn school in 1824 op te doeken en te vertrekken naar Brussel.