Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Van boycot tot uitroeiing


"Duitse boeren! Koopt geen vee van joden, verkoopt geen vee aan joden!" zo luidde de oproep van de NSDAP in april 1933.

Amalie Perlstein (18651941) met haar kleindochters Amalie Perlstein (18651941) met haar kleindochters Ursel en Liesel (beide vermoord).
Foto: joods Museum Westfalen
Deze oproep en alle verdere beperkingen, vervolgingen, discriminatie en isolatie leidden tot een volledige ineenstorting van de joodse veehandel. Voor de familie Perlstein betekende dit het begin van ondragelijk leed.

De veehandel was de enige branche waarin de joden de centrale plaats, die de nationaal-socialistische opruiers hen toegedicht hadden, ook in werkelijkheid innamen. Aanvankelijk wilde het nazi-regime de vleesmarkt niet blijvend storen; in 1935 werden de veemarkten voor joden gesloten. Steeds vaker werden de klanten van joodse slagers openbaar voor schut gezet.

Het bestaan afgenomen


Zo werd de familie langzaam hun bestaan ontnomen. Niet alle boeren gingen daarmee accord; ze onderhielden ook verder zakenrelaties. Dorstener slagers werden op het abattoir in Düsseldorf gearresteerd en gevangen gezet. Enige joodse veehandelaren uit Dorsten gingen over de grens naar het buurland Nederland en probeerden daar hun beroep voort te zetten. Door de bezetting van de Duitsers werd ook deze mogelijkheid teniet gedaan.
Vanaf 1933 lukte het enige familieleden om te emigreren, maar voor velen eindigde de weg in een vernietigingskamp. Grondstukken en zaken van de familie moesten in de jaren 30 gedwongen voor lage prijzen verkocht worden; voor deze "ariseringen" werd na de Tweede Oorlog een bescheiden schadevergoeding betaald.
Straatnaambord van de in 2001 in "Perlstein-Ring" veranderde straatnaam in Dorsten Straatnaambord van de in 2001 in "Perlstein-Ring" veranderde straatnaam in Dorsten.
Foto: Joods Museum Westfalen
Van 1808 tot 1942 heeft de familie Perlstein in Dorsten geleefd. Tegenwoordig getuigt in Dorsten alleen nog de straatnaam "Perlstein-Ring" van deze grote familie.

Pijn en hoop


Bij de inwijding van de straat in 2001 zei Jacqueline Recoing voor de familie Perlstein:
"Ons bezoek in Dorsten is aan de ene kant moeilijk en doet ons pijn, maar het is ook met nieuwe hoop verbonden. Sinds de tragedie, die voor ons de vernietiging van onze familie betekende, zijn zestig jaar vergaan. Nu zijn wij in Duitsland en denken natuurlijk aan onze ouders, die hier als echte Duitsers geleefd hebben, die van hun vaderland hielden en, omdat ze joden waren, verjaagd en vermoord werden... Het idee dat ze zich door de Perlstein-Ring als herinnering met ons verbonden voelen, is voor ons een belofte van vrede en hoop."