Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


De familie Perlstein in Dorsten


In 1778 werd Moyses David in Altenkirchen in het Westerwald geboren.

Vestigingsvergunning van 1808 Vestigingsvergunning van het hertog van Arenberg voor Moises David en Michel Samuel in de stad Dorsten van 1808.
Afbeelding: Joods Museum Westfalen
Op 24 maart 1808 keurde de regering van de hertog van Arenberg in een schrijven aan de toenmalige burgemeester Dorsten de vestiging van de uit Wezel komende Moyses David goed. Vanwege zijn beroepsattest als slager en handelaar had hij de vestigingsvergunning snel gekregen. Zijn huis lag aan de Ostgraben 2 in de binnenstad van Dorsten. Moyses David had zijn standplaats strategisch behoorlijk goed gekozen, want op die plaats kon hij profiteren van de landelijk gestructureerde omgeving van Dorsten.

De zonen Moses, Isaac, Simon en Elias kwamen als slagers en veehandelaren in de zaak van hun vader. Wegens het emancipatie-edict van 1845 moesten alle joden een erfelijke naam aannemen. In de documenten uit januari 1846 staat: "De hier verschenen gebroeders Moses, Isaac en Elias verklaren als volgt: Onze vader, Moyses David, die in deze plaats gestorven is, heeft 28 jaar hier geleefd en zijn domicilie gehad ... Wij wensen de familienaam Perlstein te voeren, waarmee onze afwezige broer accoord gaat."
De slager Hermann Perlstein met zijn gezellen De slager Hermann Perlstein (links) met zijn gezellen (de jaren 20, 20ste eeuw).
Foto: Joods Museum Westfalen

De omzet neemt toe


Door de samenwerking van de gebroeders Perlstein werd de handelsfirma en slagerij steeds groter. Aan de betaalde belasting kan de verhoging van de omzet afgelezen worden. In de binnenstad van Dorsten in de Essener en in de Lippestrasse kocht de familie nog twee percelen en voor die tijd zeer moderne slachthuizen en worstmakerijen. Een bijzondere vlucht beleefde de veehandel met de ontwikkeling van het Roergebied en hier in 't bijzonder van de naburige steden Gelsenkirchen, Bottrop en Oberhausen. Door aansluiting van de spoorwegen konden de veetransporten gemakkelijker en sneller afgewikkeld worden. Tijdelijk werd zelfs aan het abattoir in Düsseldorf geleverd.

De familie Perlstein stond steeds open voor vernieuwingen. In tegenstelling tot andere zakenlieden hebben zij vaak van reclame in de krant gebruik gemaakt, wat door de vele advertenties bewezen wordt. In 1908 kreeg de familie Perlstein als eerste joodse familie in Dorsten telefoon. Nieuwe activiteiten in de jaren 20 waren een meubel- en manufacturenzaak.
Advertentie van de slagerij Ernst Perlstein in Dorsten Advertentie van de slagerij Ernst Perlstein in Dorsten.
Afbeelding: Joods Museum Westfalen
"De familie Perlstein had altijd bijzonder goed vlees. Ze verdeelden ook aan arme lui", aldus een oude inwoonster in 1985.

Actief in de joodse gemeenschap


De leden van de familie Perlstein waren niet alleen zakenlieden en slagers, maar ze worden ook steeds als medeoprichters, hoofden en vertegenwoordigers van de Joodse hoofdgemeente van de synagoge in Dorsten genoemd. Ze namen actief aan het gemeenteleven van Dorsten deel zoals bijvoorbeeld de in 1903 geboren en in 1937 gedeporteerde Walter Perlstein, die vele jaren als onbezoldigde voetbalscheidsrechter fungeerde.

Lees ook de volgende verhalen