Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Oostjoodse zelfhulp en cultuurwerk


Lid van een vakbond mochten de oostjoodse immigranten pas na de Duitse revolutie van 1918/19 worden; toen hadden zich echter reeds krachtige cellen van zelfhulp gevormd.

Formulier van een modelarbeidscontract voor oostjoodse arbeiders Formulier van een modelarbeidscontract voor oostjoodse arbeiders.
Afbeelding: privéarchief L. Heid
In 1919 werd in Duisburg het "Jüdische Arbeitsamt für Rheinland und Westfalen" (Joods Arbeidsbureau voor Rijnland en Westfalen) opgericht om de sociale zorg, arbeidsbemiddeling en de overgang naar andere beroepen in het Roergebied te ondersteunen. GeŽngageerde promotors werden vooral die joden die tijdens de Eerste Wereldoorlog met oostjoden in contact gekomen waren.

In 1920 ontstonden bovendien "Arbeiterfürsorgestellen" (arbeiderhulpdiensten) in Bochum en Keulen. Deze instellingen verleenden ook kleine financiŽle ondersteuningen voor het meest noodzakelijke levensonderhoud, bij ziekte, voor overheidskosten enzovoort.

In vele steden ontstonden ook plaatselijke oostjoodse verenigingen, die zich met belangenbehartiging, rechtsbijstand en sociaal werk voor hun leden bezighielden.

Taalcursussen


Culturele instellingen belichaamden de wil van de immigranten om zich er doorheen te slaan. In het gehele industriegebied aan de Roer ontstonden cultuurverenigingen voor arbeiders, in grotere plaatsen zelfs leeszalen en toneelgezelschappen. Taalcursussen dienden als voorbereiding op een verdere migratie. In 1920 ontstond uit deze activiteiten de "Verband jüdischer Kulturvereine von Rheinland und Westfalen" (Bond Joodse Cultuurverenigingen van Rijnland en Westfalen).

Naast deze Ė uitdrukkelijk "neutrale" Ė groepen formeerden zich ook joods-socialistische partijen waarvan de sterkste de "Poale Zion" was. Dit deel van de arbeidersbeweging ondersteunde de "culturele verheffing" van zijn aanhangers en de oriŽntatie van de joden op "productieve" en ambachtelijke beroepen. Het wekte bij zijn aanhangers de hoop op een eigen joodse staat.