Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


"Oostjoden" tegen "Westjoden"?


Joodse gemeenschappen en gemeenten vormden nooit een uniforme eenheid – in de 20ste eeuw nog minder dan daarvoor...

Identiteitsbewijs voor een oostjoodse arbeider Identiteitsverklaring van de "Jüdische Arbeiterfürsorgestelle" Bochum voor Chaim Goldstein.
(privéarchief L. Heid)
Want gedurende tientallen jaren emigreerden joodse arbeiders van Oost-Europa naar Duitsland.

De oostjoden vormden geen uniforme groep, maar door de externe stereotiepe zienswijze van de Duitse maatschappij werd deze voorstelling geconstrueerd. Voor het antisemitische gestook waren deze clichés als vijandbeeld nuttig, omdat vreemd schijnende uiterlijke bijzonderheden (bijv. de kleding) deze joden herkenbaar maakten, en wel ten opzichte van de in hoge mate geďntegreerde westjoodse Duitsers.

"Broekenverkopende jongens"


Reeds in 1879 schreef de Berlijnse geschiedenisprofessor Heinrich Treitschke, een beruchte antisemitische agitator: "Over onze oostgrens dringt jaar in jaar uit de onuitputtelijke Poolse wieg een horde ijverige, broekenverkopende jongelingen, waarvan de kinderen en kleinkinderen de Duitse beurzen en kranten zullen beheersen."

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden vanaf 1916 ongeveer 35.000 Poolse arbeiders aangeworven of onder dwang verplicht om ontbrekende Duitse werkkrachten te vervangen. Toch was het voor vele van hen moeilijk om duurzaam werk te vinden.
Sinds de eeuwwisseling leefden zo enige tienduizenden Oost-Europese joden in Duitsland: Vluchtelingen uit armoede, hier "hangen gebleven" mensen op doorreis, dwang- en contractarbeiders uit de oorlogsjaren, bannelingen.... Na oprichting van de Republiek Polen vluchtten nog eens duizenden joodse mannen om de Poolse militaire dienst en antisemitische pogroms te ontlopen.

Gespleten gemeenten


Zo kwam het dat de oostjoden in de meeste plaatsen hun eigen diensten volgens de orthodoxe regels hielden en in de gemeenten vaak geen kiesrecht kregen. In sommige steden lukte het hen om meer rechten te veroveren, en wel door bondgenootschappen met Duitse orthodoxe joden en de sinds de eeuwwisseling sterker geworden zionisten aan te gaan. Veel van hen die als arbeider gekomen waren, konden in Duitsland vaste voet krijgen en bedreven succesvol kleine zaken.

In vele oostjoodse families leidde de poging tot snelle integratie ook tot ernstige conflicten. Terwijl de ouders, in het 'bijzonder de vaders, meestal aan de traditionele gebruiken vasthielden, waren de kinderen vaak gefascineerd door het aanbod van een liberaal Jodendom, van de zionisten of van de socialistische partijen.

Naast de moeilijke situatie op de arbeidsmarkt en in de gemeenten hadden de immigranten ook met het groeiende antisemitisme te kampen. In Berlijn vond in 1923 een regelrecht pogrom Deze term opzoeken in het glossarium plaats. Door de inflatie en anti-joodse geruchten trokken duizenden Berlijners naar het "Scheunenviertel" en plunderden zaken en woningen, verjoegen en beroofden joodse bewoners; een dode en 175 gewonden waren het resultaat. Zelfs door de burgerlijke wijk Berlijn-Charlottenburg golfde deze uitbraak van geweld. Deze ervaring heeft vele Poolse joden aanleiding gegeven om te repatriëren.

Exacte gegevens over het volume van deze migratie ontbreken. Tussen 1914 en 1921 zijn ongeveer 100.000 oostjoden naar Duitsland gekomen, waarvan echter in 1921 al 40 procent naar hun eigenlijke emigratieland doorgereisd waren.

In het industrieel gekenmerkte Roergebied leefden bijzonder veel Oost-Europese joden; in 1918 werd hun aantal daar op 16.000 geschat.

Ze bouwden een eigen structuur van zelfhulporganisaties op en brachten ook hun eigen politieke partijen mee naar Duitsland.

Verscheidenheid en spanningen


Voor de joodse gemeenten betekende deze immigratie een nieuwe grote verscheidenheid en in de meeste plaatsen leidde dat ook tot religieuze en sociale spanningen. De nieuwe leden van de gemeenschap waren wat taal en cultuur betreft vreemdelingen; ze konden met de heersende liberale stromingen in het Duitse Jodendom niets beginnen. Bijvoorbeeld synagogen met orgels en een gemengd koor waren hen een doorn in 't oog; tijdens hun godsdienstoefeningen riep men door elkaar en er werd luid gebeden, bij het bidden bewoog men zich op levendige, door de westjoden als lawaaierig ondervonden wijze.

Met zulke tradities, hun armoede en uiterlijke verschijning belichaamden de nieuwe immigranten vele dingen, die de geassimileerde Duitse joden voor achterhaald hielden en als gevaar zagen voor het opnieuw aanwakkeren van het antisemitisme. Vele rabbijnen stonden net als socialisten en vakbondsfunctionarissen met overtuiging achter hen, zoals bijvoorbeeld Benno Jacob in Dortmund.
Een kiddoesjbeker – geschenk van een oostjoodse ambachtsman voor Benno Jacob Kiddoesjbeker – een geschenk van de (oostjoods gekenmerkte) "Verein der selbständigen jüdischen Handwerker in Dortmund" (Vereniging van zelfstandige joodse ambachtslieden in Dortmund) ter gelegenheid van de pensionering van rabbijn Benno Jacobs in 1929.
Foto: Joods Museum Westfalen
Het radicale antisemitisme van de nationaal-socialisten interesseerde zich niet voor de verschillen tussen "westjoden" en "oostjoden", maar bouwde zijn agitatie op alles wat in het joodse leven als vreemd of gevaarlijk kon worden geschilderd.

Vanaf 1933 namen deze al lang gebruikelijke overheidschicanes ten opzichte van de immigranten andermaal drastisch toe. Verblijfsvergunningen werden willekeurig beëindigd of verkort en er werden geen visa meer verstrekt, naturalisaties werden herroepen.

De grote groep uit Polen stammende oostjoden werd in oktober 1938 het slachtoffer van de eerste nationaal-socialistische massadeportaties vanuit Duitsland. Met de holocaust van de Europese joden werd ook de herinnering aan deze decennia van oostjoods leven in Duitsland vrijwel geheel uitgewist.