Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Textielproductie in Westfalen


Al voor de 14de eeuw werd er in Westfalen, begunstigd door het vochtige klimaat en de lichte tot middelzware bodem, op grote schaal vlas geteelt.

Staal van de firma Cohen Productiestaal van de katoenspinnerij Cohen.
(in bruikleen in het Joods Museum Westfalen)
Bovendien was er schapenteelt voor de winning van wol. Door deze beide factoren was het voor de boeren mogelijk om hun armelijke inkomen door ambachtelijke werkzaamheden zoals spinnen en weven te verbeteren. En dekte de productie van linnen in de meeste gevallen aanvankelijk alleen de eigen behoefte, later ontwikkelde zich deze voor vele boerenfamilies tot een belangrijke extra inkomstenbron. In bijna alle families werden de ambachtelijke vaardigheden van generatie op generatie doorgegeven.
Marskramermand Marskramermand uit Westfalen.
(in bruikleen in het Joods Museum Westfalen)

Kooplui en marskramers


De handel met garens en linnen, vooral de grovere linnensoort "Löwendlinnen", werd door lakenhandelaren en kooplieden gedreven, die hun waren ook buiten de markten mochten verkopen. Bovendien waren er rondreizende handelaren, ook marskramers genoemd, die met een mand op de rug van boerderij naar boerderij trokken en op die manier hun waren aan de man brachten. Ook Cosman David Cohen, de grootvader van Cosmann Cohen, moest op die manier nog een boterham voor zichzelf en zijn familie verdienen. Omstreeks 1800 wordt hij in Bocholt als marskramer vermeld.
In het midden van de 19de eeuw vonden in Duitsland grote economische veranderingen plaats. De uitbreiding van verkeer en goederentransport, de val van douanebarrières, het gebruik van mechanische weefstoelen alsmede de in de industrie toepaste stoomkracht brachten de doorbraak voor de industrialisatie van de weverijen.

Bocholt ontwikkeld zich tot textielcentrum


Tussen 1850 en 1900 ontwikkelde zich de Westfaalse stad Bocholt tot een textielmetropool. Bijzonder bekend was de stad voor het weven van boomzijde, een mengweefsel van katoen en linnen. Omstreeks 1900 werden 53 weverijen/spinnerijen en andere textielverwerkende bedrijven genoemd. Andere centra van de Westfaalse textielindustrie waren onder andere Dülmen, Coesfeld, Münster, Warendorf, Gronau, Bielefeld, Minden en Osnabrück.