Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


De rabbijn en zijn taken


Aan het hoofd van iedere joodse gemeente stond het bestuur.

Rabbijnen op weg naar het gebed Rabbijnen op weg naar het gebed. Prentbriefkaart voor het jaar 1918.
Samen met de onder hem ressorterende instanties leidde het de gemeente en vertegenwoordigde deze. Het aantal leden hing van de grootte van de gemeente af. De besturen van de afzonderlijke gemeenten kozen de afgevaardigden voor de Waad Arba Aracot.

De rabbijn – als kenner van de thora Deze term opzoeken in het glossarium en het recht – was de geestelijke leider van de gemeente. Hij was ook lid van het bestuur. Hij had het recht om beslissingen in belangrijke religieuze zaken te nemen, huwelijken te voltrekken, religieuze joodse scholen te controleren en rechtszaken te leiden. Op grond van zijn eerlijkheid, vroomheid en wijsheid had de rabbijn een goede reputatie en de gemeente betaalde zijn werk door middel van bijdragen van de leden.

Afhankelijk van de welstand van de gemeente


De hoogte van zijn salaris hing van de grootte en welstand van de gemeente af, maar ook van de reputatie die de rabbijn genoot. De hoofdrabbi in Lublin was in die tijd Mordechaj Jaffe, een van de geleerdste joden in Polen. Hij stamde oorspronkelijk uit Praag, maar was vanwege de verdrijving van de joden uit TsjechiŽ naar ItaliŽ gevlucht, waar hij zijn kennis nog verdiepte. In 1574 kwam hij naar Lublin en aanvaardde daar na de dood van Salomon Luria de positie van rabbi. De volgende rabbijn na Mordechaj Jaffe was Mair ben Gedalia, die ook Maharam Lublin genoemd werd. Hij bekleedde de functie tot 1616.
Naast de rabbijn was ook de raad der oudsten met de zorg voor de gemeente belast. Tot de verplichtingen van deze raad behoorde het onderhoud van de synagoge en de gebedshuizen, het onderhoud van de begraafplaats en het bestuur van het onderwijs. De raad der oudsten was bovendien nog verantwoordelijk voor de sociale bijstand en het beheer van het vermogen van de gemeente.