Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Saul Wahl (1541–1617)


Saul Wahl was een joodse bankier en tolpachter, een man die buitengewoon rijk en machtig was.

Koning Stefan Batory Koning Stefan Batory, koning van Polen in de jaren 1576–1586, de grote beschermervan Saul Wahl. Reproductie van Jan Matejko uit het jaar 1892.
Hij werd in 1541 in VenetiŽ of in Padua geboren. Zijn werkelijke achternaam luidde "Katzenellenbogen". Deze naam stamt van de stad Katzenelenberg in Duitsland, waar Saulís familie vandaan komt. Een van zijn voorvaderen, een zekere Juda Mic was daar een bekende talmoedgeleerde en filosoof. Zijn zoon Megier emigreerde naar ItaliŽ en vestigde zich in Padua. Megierís zoon was daar op zijn beurt rabbijn en de vader van onze Saul, over wie dit verhaal gaat. Saul werd door zijn vader naar Brest-Litowsk gestuurd om daar op de in heel Europa bekende en beroemde talmoedschool te studeren.

Nadat hij zijn studie afgesloten had, trouwde hij en stichtte zijn eigen familie. Hij genoot een hoog aanzien, investeerde in verschillende ondernemingen en vergaarde op die manier een aanzienlijk vermogen.

Zoutmijnen in Litouwen


Hij had aanspraak op de douanerechten en bovendien pachtte hij zoutmijnen in Litouwen. Vanwege zijn contacten met de adelige familie Radziwiłł slaagde hij erin om in de loop der tijd een geweldig vermogen bijeen te garen. Hij was zo rijk dat hij zelfs probeerde om de zoutmijn in Wieliczka, in het Koninkrijk Polen, te verwerven. Op 17 mei 1578 verkreeg hij speciale rechten voor deze mijn en was vanaf dit tijdstip de wettige eigenaar van de Poolse zoutmijn. Men moet in dit verband weten dat men zulke privileges alleen van de koning kreeg, wanneer men over een groot vermogen beschikte.

Het duurde niet lang of Saul was de privébankier van koning Stefan Batory, die de magnaten en enige personen van de hoge adel gekozen hadden. De koop van de mijn in Wieliczka was dus ook afgezien van de financiŽle aspecten een lucratieve zaak.
De synagoge in Wilna, tweede helft van de 16e eeuw De synagoge in Wilna, tweede helft van de 16e eeuw. Prentbriefkaart uit het jaar 1915.
De geschiedenis van Saul Wahl werd met de hand op zogenaamde "pinkasen” (houten leien) geschreven en overleefde als een van de weinigen oorlog en verwoesting. Ondanks alles raakte ze, net zoals de verhalen over vele andere joodse steden, snel in vergetelheid. De legende die in vele joodse huizen verteld werd, ging om een man die zoveel geluk had dat hij zelfs koning werd.

Grote betrokkenheid


Zijn geweldige carrière veranderde noch Saulís karakter noch zijn houding tegenover zijn medeburgers. In tegendeel, hij voelde zich verantwoordelijk voor het lot der Poolse joden.

Saul deed zeer veel op sociaal gebied, stichtte een synagoge en een instelling voor het algemeen nut. Hij financierde ontelbare openbare evenementen. Saul leverde ook een bijdrage tot de verbetering van de levensstandaard van de Litouwse joden. Hij verdedigde hen bij talrijke geschillen met hun christelijke medeburgers en verkreeg voor hen allerlei speciale rechten. Hij begeleidde studenten, stichtte scholen en liet synagogen bouwen.
De beroemdste synagoge stond in Brest-Litowsk. Hier bevond zich een stenen plaat met het opschrift: "Deze synagoge werd door de machtige Saul ter ere van en herinnering aan zijn vrouw Dobora gebouwd". Helaas werd dit gebouw in 1838 verwoest.

Synagoge gebouwd


Van zijn rijkdom en invloedrijke positie getuigt ook de bouw van een andere synagoge in de Podzamcze-straat in Lublin. Zolang deze bestond, tot 1942, droeg zij Saulís naam.

Men weet niet precies wat Saul met Lublin te maken had. Hij deed hier zeker op de grote jaarmarkten zaken of hij kwam naar Lublin om de joden uit het grootvorstendom Litouwen te vertegenwoordigen. Zeer waarschijnlijk had hij zitting in het beroemdste joodse parlement, de Vierlandensejm (Waad Arba Aracot).