Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Jiddisch en Westjiddisch


De bronnen van het Jiddisch – soms ook wel "Jodenduits" genoemd – zijn niet volkomen bekend.

Volgens de jiddisticus Beranek verstaat men onder Jiddisch "de taal, die de niet geassimileerde asjkenazim, dat wil zeggen de Midden- en Oost-Europese joden, in het alledaagse leven in de familie en de joodse gemeenschap gebruikten of tot voor kort gebruikt hebben." De Jiddische taal is uit het Middelhoogduits ontstaan en heeft zich door de gedwongen mobiliteit van de joden met elementen uit andere talen vermengd. Ondanks deze transformaties vormt de Duitse taal het fundament van het Jiddisch.

Meertalige communicatie in Europa


Voor de meeste joden in Europa was het vanzelfsprekend noodzakelijk om zich in verschillende talen verstaanbaar te kunnen maken. In tegenstelling tot de "heilige taal" Hebreeuws was Jiddisch de taal van de gewone joodse mensen en in het dagelijkse leven. Het Jiddisch wordt met Hebreeuwse letters geschreven.
Men neemt aan dat het Jiddisch in het Rijnland ontstaan is, en wel in de 11de eeuw. Bij de verspreiding onderscheidt men het Westjiddisch en het Oostjiddisch (met Slavische invloeden – in Litouwen, Polen, West-Rusland, en later de Sovjet-Unie en Roemenië).

De in de Lembecker "Kassiber" gebruikte Westjiddische taal was vooral in Duitsland, Holland, Boven-Italië en Hongarije gebruikelijk en begon reeds vanaf het midden van de 18de eeuw uit te sterven.

"De taal van het Getto"


Het merendeel van de geassimileerde Europese joden in de 19de en vroege 20ste eeuw, alsmede reeds de joodse liberalen in de 18de eeuw, hadden niet veel op met het als "jargon" en "gettotaaltje" beschouwde Jiddisch.

Desondanks beleefde het Jiddisch in de 19de eeuw nog een bloeitijd; afzonderlijke elementen zijn als leenwoorden in het Amerikaanse Engels, maar ook in het tegenwoordige Duits voorhanden.

En in Lublin...