Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Het vooroorlogse Żółkiewka


Żółkiewka ligt halverwege tussen Lublin en Zamość en was in de tijd dat Chaim Zybelklang daar leefde, een klein, dromerig Pools-joods stadje.

De klas van Chaim Zylberklangs in de school in Żółkiewka. Foto: Particulier bezit Chaim Zylberklang
Zulke stadjes werden destijds "Schtetl" genoemd. Het leven in zulke plaatsjes kende zijn eigen ritme, dat door de wekelijkse markten, de dood van bekende persoonlijkheden en andere buitengewone gebeurtenissen bepaald werd.

De eerste schriftelijke aantekening over joden in Żółkiewka dateert uit het begin van de 17de eeuw. Lange tijd was er nog geen eigen joodse gemeente. Pas in 1775 gaf de Vierlandensejm (Waad Arba Arcot), de hoogste instantie van het joodse zelfbestuur, zijn goedkeuring voor de stichting van een onafhankelijke joodse gemeente. In hetzelfde jaar werden in Żółkiewka bovendien nog een joodse begraafplaats en een houten synagoge gebouwd.

In 1827 woonden in Żółkiewka 506 joden; ze vormden 63,6 % van de bevolking.
De markt in Żółkiewka De markt in Żółkiewka. De jaren 1930.
Foto: Particulier bezit Chaim Zylberklang

Handel en ambachten


De grote meerderheid van de joodse inwoners van Żółkiewka was in de handel of in ambachtelijke beroepen werkzaam. Vele van hen bezaten eigen winkels, zogenaamde kruidenierszaken annex bazaar, maar er waren ook vele andere zaken zoals bijvoorbeeld kledingszaken, levensmiddelen- en delicatessenzaken en ijzerwinkels. Bovendien vond men er ook veel detailhandelaren en grossiers. Tot de populairste ambachtelijke beroepen behoorden destijds kleermaker, schoenmaker en hoedenmaker.

In 1897 waren 70 % van de totale bevolking van Żółkiewka joods en tot het begin van de Eerste Wereldoorlog veranderde hieraan maar weinig. In de tijd tussen de Wereldoorlogen was het aantal joden in Żółkiewka weliswaar geringer, maar de helft van alle inwoners was steeds joods.

De dagelijkse taal, die de joden in Żółkiewka met elkaar spraken, was Jiddisch. Vele van hen, vooral de oudere mensen, spraken helemaal geen Pools. De belangrijkste doordeweekse gebeurtenissen waren – afgezien van de feestdagen – de markten op maandag, die op het grote plein in het centrum van de stad gehouden werden. Daar ontmoetten de inwoners van Żółkiewka elkaar om een praatje te maken. In dit verband is het belangrijk om zich te realiseren dat in de tijd tussen de Wereldoorlogen geen enkele jood in Żółkiewka telefoon had.

Populair recreatiegebied


Dankzij het gunstige klimaat in Żółkiewka en de vele bossen, die zich om de stad uitstrekten, vormde het plaatsje voor de Tweede Wereldoorlog een populair recreatiegebied in de regio Lublin. De toeristen die in de dertiger jaren kwamen, hebben in belangrijke mate tot de economische ontwikkeling van de stad bijgedragen, en zo was het mogelijk dat in de daaropvolgende jaren vele joodse zaken, restaurants en pensions konden ontstaan.
In Żółkiewka waren vele joodse ambachtelijke, culturele en economische instanties gevestigd, zoals de Coöperatieve en Kredietbank, de Bond van Joodse Kooplieden, de Bond van de Joodse Ambachtslieden, alsmede het Renteloze Kredietfonds "Gemiłus Chased”, dat verplicht was om arme kooplieden en ambachtslieden renteloze leningen te verstrekken.

In de jaren 30 waren er in Żółkiewka vijf joodse scholen: drie chederscholen, de talmoed-thora-school en de "Bejs Jakow" school. De kinderen waarvan de ouders te arm waren om een van de chederscholen te betalen, bezochten de talmoed-thora-school.

Vanwege het geringe aantal inwoners en de overzichtelijke grootte van de stad kenden vrijwel alle inwoners elkaar, zowel joden als Polen, en ze onderhielden de meest verschillende contacten op zakelijk en sociaal gebied. Er bestonden destijds onder elkaar nauwelijks vooroordelen of problemen wegens het verschil in religie of nationaliteit.