Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Joodse vluchtelingen in Groningen


Groningen reageerde verdeeld op de komst van de eerste joodse vluchtelingen uit Duitsland.

Foto's van uit Duitsland gevluchte joden Foto's van uit Duitsland gevluchte joden: v.l.n.r
1e rij: onbekend; Marie Bulgarei; Otto Schnitzer.
2e rij: Jacob Salomon Kirschen; Frieda Paula Rettkowski-Grossman; Frieda Levin.
(Foto's: RHC GrA Tg 368 invnr. 22)
In 1852 woonden ongeveer 12.000 joden in Berlijn. Hun aantal was gegroeid tot bijna 173.000 in 1925. De stad was toen het centrum van het joodse leven in het Duitsland. Talrijke Duits-joodse organisaties hadden er hun hoofdkwartier.

De toename van de joodse bevolking was vooral een gevolg van instroom van joden uit de provincie en uit Oost-Europa. Wolf David Zimet, die in 1891 te Zenigrod (waarschijnlijk de plaats Zmigrod, 50 kilometer oostelijk van Lublin) was geboren en Gelle Löffelholz, in 1897 te Pilznoim (waarschijnlijk het 100 kilometer oostelijk van Krakau gelegen stadje Pilzno) waren twee van de duizenden immigranten uit Polen, die hun geluk in Berlijn zochten.

Waarschijnlijk in 1922 of 1923 zijn beide gehuwd, want hun oudste kind Feige werd in juni 1924 te Berlijn geboren. Twee jaar later, september 1926, volgde nog een meisje: Minna. En in maart 1929 werd het jongste meisje, Salla genoemd, geboren. Uit herinneringen van dochter Minna weten we dat haar vader in Berlijn een groothandel in textiel dreef.
Foto's van uit Duitsland gevluchte joden Foto's van uit Duitsland gevluchte joden: v.l.n.r.
1e rij: Hubert Brügge; Max Israel Kornblum; Joachim Kirschen.
2e rij: Max Israel Mosheim; Max Israel Kohls; Rudolf Rosendorf.
(Foto's: RHC GrA Tg 368 invnr. 22)

Anti-joodse maatregelen


Kort nadat de nationaal-socialisten in Duitsland aan de macht kwamen, volgden de eerste anti-joodse maatregelen. In april 1933 werd een economische boycot tegen joodse winkeliers, artsen, advocaten en ambtenaren afgekondigd. Deze boycot was volgens Hitler een reactie op de zogenaamde Greuelpropaganda die in de buitenlandse media over de toestand van de joden in Duitsland werd verspreid. Voor veel joden, waaronder Wolf David Zimet en zijn gezin, was dit het sein om Duitsland te ontvluchten.

Zimet vestigde zich met zijn gezin in 1933 in Groningen, zo weet dochter Minna te verhalen. Waarschijnlijk eerst een paar jaar illegaal, want pas in december 1936 wordt het gezin ingeschreven op het adres Folkingestraat 29a. Men kwam naar Groningen omdat volgens de familieoverlevering Wolf David Zimet hier de Eerste Wereldoorlog ook had doorgebracht. En uit die tijd kende hij hier mensen.
Foto's van uit Duitsland gevluchte joden Foto's van uit Duitsland gevluchte joden: v.l.n.r.
1e rij: Fischel Kirschen; Selma Rosendorf-Levy; onbekend.
2e rij: Chaske Brügge;onbekend; Max Cahn.
(Foto's: RHC GrA Tg 368 invnr. 22)

Verdeelde reacties


In Groningen werd verdeeld gereageerd op de komst van Duitse vluchtelingen. De zionisten  Deze term opzoeken in het glossariumbrachten alles in gereedheid om grote stromen vluchtelingen te kunnen opvangen. Maar dat bleek niet nodig, want slechts een handjevol vluchtelingen koos Groningen als woonplaats. Andere joodse bewoners van de stad twijfelden openlijk aan de gruwelverhalen over vervolging. Zij vroegen zich af of de Duitse joden dit niet aan hun eigen optreden te danken hadden.

In bepaalde universitaire kringen vreesde men de komst van vele vluchtelingen. In het voorjaar van 1933 belegden studenten aan de Groninger universiteit daarom een vergadering om maatregelen te eisen tegen de komst van honderden Duits joodse studenten. Men antisemitisme had dit volgens hen niets van doen: de actie was tegen buitenlanders gericht en niet tegen uitdrukkelijk tegen joden. Anderzijds werd in 1933 ook een ‘Comité tot Steun aan Joodsche geleerden uit Duitschland’ opgericht. Maar ook van een massale instroom van joodse studenten of geleerden uit Duitsland in Groningen was geen sprake.

Lees ook de volgende verhalen