Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Van Cheder tot Jeshiewa


In de regio Lublin moest men, zoals in heel Polen, over veel kennis beschikken om op een hogeschool voor rabbijnen te kunnen studeren.

Diploma van een abituriŽnt van de Jesjiwa Chachmel Lublin Diploma van een abituriŽnt van de Jesjiwa Chachmel Lublin.
Volgens de joodse traditie moet iedere gelovige een paar uur per dag de talmoed Deze term opzoeken in het glossarium en de religieuze literatuur bestuderen. Om dit te kunnen doen moest men over basiskennis van het Hebreeuws in woord en geschrift beschikken.

Joodse kinderen uit de regio konden ofwel de voor alle burgers openstaande staatsscholen ofwel de door de joodse gemeenten geleide en gefinancierde godsdienstscholen bezoeken.

Talmoed en tora


Op deze scholen werden gewoonlijk de talmoed, de tora, de bijbel, de geschiedenis van IsraŽl, aardrijkskunde, kalligrafie, tekenen, zingen en Pools onderwezen.

De meeste kinderen bezochten godsdienstscholen, die cheder genoemd werden. Op deze scholen werden jongens reeds op driejarige leeftijd toegelaten. Ze leerden daar Hebreeuws lezen en vertalen en verschillende Hebreeuwse gebeden met de vertaling in het Jiddisch.
Leerlingen van de cheder Leerlingen van de cheder.
Foto: Privébezit Mikolaj Spóz uit Puławy

Les bij particuliere onderwijzers


Vaak werden kinderen thuis door privéleraren onderwezen of in onderwijs- en gebedslokalen van de gemeenten, de Bet ha-Midrash. Een jongen die de opleiding op de cheder afgesloten had, was 12 of 13 jaar oud. Wanneer hij begaafd was, mocht hij een verdere opleiding aan een van de talmoedhogescholen volgen.

In de regio Lublin waren er joodse scholen, waar de onderwijstaal Hebreeuws, Jiddisch of ook wel Pools was. Op zaterdag en op andere religieuze feestdagen werd geen les gegeven. Naast de vakken met een religieus karakter werden ook vakken van algemene aard onderwezen.
Deze scholen noemde men "szabasówki". Naar zulke scholen werden bij voorkeur meisjes gestuurd.

In de kleinere steden in de regio, in de provincie, waren er zogenaamde talmoed-tora-scholen waar men uitsluitend religieuze vakken onderwees. Zulke scholen waren vooral voor kinderen uit arme joodse families bedoeld.

Scholen voor meisjes


Een ander soort scholen waren de Bejs Jakow, waar meisjes opgeleid werden. Op deze scholen onderwezen uitsluitend onderwijzeressen, die de taak hadden om de meisjes in religieuze en nationale geest op te voeden.
In het hoger onderwijs bezocht de joodse jeugd meestal joods particuliere of openbare gymnasia.

Helaas waren hogere opleidingen, dus onderwijs aan de jeshiewot, voor meisjes uitgesloten. Alleen mannen konden aan de talmoedhogescholen studeren. In de jeshiewot, die men ook jeshibot (jeshiba; Pools: jeszyboty) noemde, werden toekomstige rabbijnen, rechters die oordeelden op basis van godsdienstige voorschriften, en talmoedgeleerden opgeleid.