Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Deportatie naar Westerbork


Het overgrote deel van de joodse gemeenschap was in zeven maanden tijd weggevoerd.

Verlovingsfoto van Simon Dasberg en Isa Franck, 1928 In 1928 genomen verlovingsfoto van de laatste opperrabbijn van Groningen (1932–1943) Simon Dasberg en Isa Franck.
(Foto: J. van Gelder, Terug van weggeweest, p. 180)
Doordat vele joodse mannen nu min of meer in gijzeling waren genomen, was het vrij eenvoudig op een later tijdstip ook de overige gezinsleden op te pakken. Op 3 oktober 1942 volgde een transport van in hoofdzaak vrouwen en kinderen naar Westerbork. Het ophalen gebeurde door de Groninger politie.

In het politieverslag van 2 op 3 oktober staat onder "Bijzondere diensten" vermeld: "Van 19 tot 6 uur had het geheele personeel speciale dienst i.v.m. de Jodenarrestaties." Politie-commissaris Ph. Blank hield voorafgaand aan deze operatie een toespraak tot zijn manschappen, waarin hij onder meer sprak van de "schone taak" die voor hen was weggelegd om de joodse gezinnen weer te herenigen. (De mannen werden namelijk vanuit de werkkampen eveneens naar Westerbork overgebracht.) Aan het begin van de sabbathviering werden de joden door de politie opgehaald en naar de loodsen naast het station overgebracht. Gelle Zimet en haar twee jongste dochters Minna en Salla werden 28 november 1942 gedeporteerd.

Hoofdcommissaris tevreden


Hoofdcommissaris Blank was uiterst tevreden over de inzet van zijn mannen bij de deportaties. In een dagorder van 5 oktober 1942 bracht hij dat als volgt onder woorden:

"Naar aanleiding van den inzet in den nacht van vrijdag op zaterdag 2 op 3 october j.l. van het geheele personeel ter doorvoering van de emigratie van een groot aantal Joodsche gezinnen, gevoel ik mij gedwongen het personeel van hoog tot laag mijn groote tevredenheid te betuigen voor de zeer vlotte en correcte wijze, waarop dit zijn plicht heeft gedaan.!
Parade van Ordnungspolizei op de Grote Markt Parade van de Ordnungspolizei op de Grote Markt te Groningen.
(Foto: Collectie Stichting Oorlogs- en Verzetsmateriaal Groningen)
Dankzij de samenwerking tussen de Duitse bezetters, het Nederlandse ambtelijke apparaat en de Groninger politie leefden in februari 1943 maar weinig joden meer in de stad Groningen. Zo'n "200 gezinshoofden en alleenstaande joden […] en 100 Misehe [sic]", aldus een politie-officier. Ook de Groningse Joodse Raad was kort tevoren naar Westerbork overgebracht. Al met al was het overgrote deel van de joodse gemeenschap in zeven maanden tijd weggevoerd.

Tussen gewetensnood en hebzucht


Het ophalen van de joden en het begeleiden van de transporten geschiedde voor het overgrote deel door de Groningse politie en marechaussee. Die taak zal velen ongetwijfeld zwaar zijn gevallen en in grote gewetensnood hebben gebracht; anderen toonden minder scrupules en maakten van de gelegenheid gebruik onderling meteen het huisraad maar te verdelen.

Na het vertrek van de joden was er weinig dat nog herinnerde aan hun voormalige aanwezigheid: hun huizen stonden leeg of hadden nieuwe bewoners, joodse bedrijven waren overgenomen door Verwalters (stromannen van de Duitsers) en namen van straten en pleinen die verwezen naar joodse personen waren gewijzigd. Ook het joodse "kerkelijk" leven was geheel stil komen te liggen. De "Nederlands IsraŽlitische Gemeente Groningen" was per 26 augustus 1943 ontbonden en in december 1943 ging ook de synagoge officieel dicht.
En in Westfalen...