Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


De isolatie van de joden in Groningen


De vervolging van de joden in de stad Groningen verliep volgens het gebruikelijke patroon...

Een joodse  bakkerij, circa 1942 Bij bakker West (5e van rechts) is nog een deel van de "jodenster" te zien, circa 1942.
(Foto: J. van Gelder, Terug van weggeweest, p. 161)
... dat de Duitse bezetter overal toepaste: na registratie ging men over tot isolatie – waarbij joden door allerlei beperkende maatregelen werden uitgesloten van het openbare en economische leven – gevolgd door de uiteindelijke deportatie.

Net als de overige Nederlandse joden reageerden ook de Groningse joden op de Duitse maatregelen zoals men reeds vóór 1940 gewend was op overheidsmaatregelen te reageren: men volgde ze op. Bijna 150 jaar lang had de Nederlandse staat garant gestaan voor rechtszekerheid en vooruitgang. Gehoorzaamheid en vertrouwen in beslissingen van bovenaf waren uitgegroeid tot een tweede natuur.
Bekendmaking dat joden zich moeten laten registreren Op 10 februari 1941 in de Groninger dagbladen gepubliceerde Bekendmaking dat joden zich moeten laten registreren.
(RHC GrA Tg 1740 invnr. 1297)

Registratie van buitenlandse joden


De registratie van buitenlandse joden startte reeds op 1 juli 1940. Een plakkaat dat verspreid werd over de stad, riep "alle niet-arische vreemdelingen" op zich te melden bij het hoofdbureau van politie. Op deze wijze leefden de Nederlandse joden aanvankelijk nog in de waan dat het "slechts" om buitenlandse joden ging. Deze illusie duurde kort.

Op 10 februari 1941 verscheen in de kranten een bulletin, waarin personen met minimaal één joodse grootouder verplicht werden zich te melden. Reeds in eind februari 1941 was zo een lijst van 3187 mensen opgesteld die allen één of meer joodse grootouders telden. De Duitsers beschikten vanaf dit moment over een overzicht van de gehele joodse bevolking, compleet met geboortendata, beroepen en adressen.

Daarna begon men de joden van de rest van de bevolking te isoleren met talloze anti-joodse maatregelen variŽrend van de arisering van het overheidsapparaat, de uitsluiting van joodse leerlingen van openbare en bijzondere scholen, bordjes met "Verboden voor Joden", de sluiting van joodse winkels, tot het dragen van de jodenster welke vanaf 3 mei 1942 tegen betaling in het rabbinaatshuis moest worden afgehaald.