Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


De hervormingsstrijd in Westfalen


In de 19de eeuw werd verbitterd over de religieuze toekomst van het jodendom gestreden.

Titelblad van het "IsraŽlitische Gebedsboek" van 1896 Titelblad van het liberaal getinte "IsraŽlitische Gebedsboek" van 1896, uitg. door het Verband der Synagogen-Gemeinden Westfalens (Verbond van de Synagogengemeenten in Westfalen).
Afbeelding: Joods Museum Westfalen
De voorstanders van assimilatie – de aanpassing aan het christendom – en amalgamatie – de vermenging van jodendom en christendom (zoals Alexander Haindorf) – bestreden de "handhavers van de wet", wier woordvoerder Abraham Sutro was. Zijn belangrijkste tegenspeler was Lazar Levi Hellwitz (1786–1860) uit Soest, hoofd van de joden in het hertogdom Westfalen.

Het "memorandum over het ontwerp van een verordening met betrekking tot de joden" van 1849 beriep zich op "wijlen Majesteit de Koning" en diens wil "dat de joodse godsdienstoefening uitsluitend volgens de traditionele ritus, zonder de geringste inmenging van willekeurige vernieuwingen in de ceremonies, de gebeden en gezangen, naar oud gebruik gehouden wordt", opdat geen "nieuwe sekte" ontstaat.

Het memorandum spiegelt de sterker wordende reactionaire tendensen in de Pruisische staat. Hervormers zoals Hellwitz stonden in dit verband aan de verkeerde kant. Hellwitz streefde naar assimilatie van de joden. Hij eiste dat de joden van een verbondenheid met een "israŽlitische natie" zouden afzien. Joden zijn aanhangers van het "israŽlitische geloof". De hervormers voerden in de dienst de Duitse taal en het orgel in, pleitten voor het bidden met onbedekt hoofd, voor de afschaffing van het sjofar-blazen op Hoge Feestdagen alsmede de overbodige, niet-mosaÔsche feestdagen (dat zijn vooral Poerim Deze term opzoeken in het glossarium en ChanoekaDeze term opzoeken in het glossarium.)
azar Hellwitz' boek "Die Organisation der Israeliten in Deutschland" Titelblad van Lazar Hellwitz' boek "Die Organisation der Israeliten in Deutschland" (De organisatie van de IsraŽliten in Duitsland), 1837.
Afbeelding: I. Nölle-Hornkamp
In 1826 presenteerde Hellwitz een rapport onder de titel "De verbetering van de zedelijke en burgerlijke omstandigheden van de IsraŽliten." De isolatie in het getto Deze term opzoeken in het glossarium zou tot een vooringenomenheid bij de rabbijnen geleid hebben, die "van de als heilig en onaantastbaar geldende traditie naar de letter uitgaan (...) en op die manier elke vrije, eigen en levendige beweging van de geest belemmeren".

Pleidooi voor de emancipatie der joden


Ook Sutro pleitte voor de emancipatie Deze term opzoeken in het glossariumvan de joden, maar voor hem was dit een zuiver juridische kwestie, waarmee hij zich hardnekkig bezighield. Na 1850 richtte hij bijna jaarlijks verzoekschriften aan het Pruisische huis van afgevaardigden met de eis om de joden tot alle overheidsbetrekkingen toe de laten en de vernederende jodeneed af te schaffen.

Nog hetzelfde jaar discussieerde de volksvertegenwoordiging over de "burgerlijke verbetering van de joden" en wees met grote meerderheid alle emancipatiewensen af. De commissie was ervan overtuigd, "dat dit vreemde deel uit de Europese bevolking moest worden verwijderd of door deze moest worden geassimileerd". "Joden moeten of Europeaan worden, of ze moeten verdreven en bestreden worden."

Sutro contra Hellwitz


Een direct conflict tussen Sutro en Hellwitz kon niet uitblijven. In de dertiger jaren van de 19de eeuw diende Sutro bij de minister voor godsdienstzaken in Berlijn een klacht over de dissident in. Aan het eind van de jaren 40, toen Hellwitz zijn Soester gemeente begon te hervormen, escaleerde de strijd. Hellwitz wilde de hervorming voor alle gemeenten als bindend verklaren en trok Sutroís bevoegdheden in twijfel. Hellwitz was weliswaar een geautoriseerde predikant, maar geen rabbijn; hij had geen theologische opleiding genoten zodat zijn hervormingen in organisatorische dingen bleven steken. Op het hoogtepunt van het conflict verlangde hij van zijn gemeenteleden dat zij Sutro niet langer erkenden. Reeds eerder had hij er bij de overheid op aangedrongen om de gemeentebestuurders van de plicht te ontslaan het salaris van de opperrabbijn in te vorderen; door deze maatregel zou Sutro gedwongen moeten worden om zijn ambt op te geven, wat echter niet lukte.