Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Het landrabbinaat van het Munsterland


In 1808 was in Kassel het "Königlich Westphälische Konsistorium der Israeliten" (Koninklijk Westfaalse Consistorium van de IsraŽliten) opgericht, dat echter slechts zes jaar tot de opheffing van het Franse "Königreich Westphalen" (Koninkrijk Westfalen) bestond.

Onder leiding van de hervormer Israel Jacobson was het joodse godsdienst- en schoolwezen nieuw georganiseerd; er werden door de overheid erkende rabbinaten en betrekkingen voor leraren ingericht.

In 1814 werd het consistorium en alle instellingen opgeheven. Op besluit van de Pruisische regering werd het vroegere landrabbinaat van het Munsterland weer provisorisch hersteld. Abraham Sutro scheen de autoriteiten op grond van een wijdverbreide preek na de overwinning van de bondgenoten tegen de Fransen in 1814 de geschikte man voor deze functie; de joodse gemeentebestuurders dachten er net zo over. Op 16 mei 1815 werd de dienstovereenkomst ondertekend Ė het bleef echter bij een "provisorische" benoeming.

"Toegelaten privégenootschappen",


Sinds de opheffing van het jodenprivilege van 1750 behoorde de jurisdictie over de joden niet meer tot de taken van de landrabbijn. De joodse gemeenten waren slechts "toegelaten privégenootschappen", die de uitoefening van een "gedulde religie" toegestaan was.
De rabbijn gold dientengevolge niet meer als geestelijke ambtenaar; de bestuurders hadden geen bestuurlijke macht in de gemeenten.
Reeds een jaar na zijn ambtsaanvaarding beklaagde zich Sutro bij de Pruisische overheid "over de tengevolge van ontbrekende autoriteit om zich heen grijpende wanorde in de synagogen en het schoolwezen". Daaraan veranderde zich ook in de loop der tijd nauwelijks iets. De oorzaak voor de ontbrekende autoriteit was zeker aan de ene kant dat Sutro slechts provisorisch benoemd werd. Een andere reden was zijn oppositie tegen de hervormingsgemeenten; hij bestreed hun afkeer van de traditionele ritus.