Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Abraham Sutro (1784–1869), de laatste landrabbijn van het Münsterland


Abraham Sutro werd op 5 juli 1784 in Bruck bij Erlangen geboren.

Hawdala-beker van Abraham Sutro Hawdala-beker van Abraham Sutro, Begin van de 19de eeuw.
NRW-Stichting/Jüdisches Museum Westfalen
Hij bezocht de talmoedscholen in Fürth en Praag en was daarna als huisonderwijzer in Praag, Aschaffenburg en Kassel werkzaam. In 1810 werd hij tot godsdienstleraar benoemd. In 1815 werd hij door de latere hoofdpresident Von Vincke provisorisch tot opperrabbijn van Munster, Mark en Limburg en later ook van Paderborn benoemd.

Sutro gold tijdens zijn ambtsperiode als vertegenwoordiger van de orthodoxe richtingDeze term opzoeken in het glossarium. Hij had echter voor 1830 zelf bereidwillig aan alle vernieuwingen in de cultus meegewerkt.

Hij predikte in het Duits en stond in de dienst niet alleen het orgel, maar zelfs de confirmatie volgens protestants model toe. Later noemde hij de hervormers verachtelijk een "orgeldraaiersekte" en bestreed ze uit het diepst van zijn hart.

Bij zijn 50-jarige ambtsjubileum kreeg Sutro de "Rote Adlerorden" (Rode Adelaarsorde) in de voor joden voorgeschreven sterrenvorm, maar wegens zijn omstreden positie slechts van de onderste (vierde) klasse.
Abraham Sutro Abraham Sutro (Gravure).
Jüdisches Museum Westfalen

"Onderwijzer en strijder voor IsraŽl


Op zijn grafsteen in Münster staat dat hij "57 jaar lang een trouwe leraar en strijder voor IsraŽl" geweest is. Deze karakterisering herinnert aan zijn belangrijkste werk "Milchamot Haschem" ("Eeuwige strijd"), dat in vier banden tussen 1836 en 1864 gepubliceerd werd.
Dit "strijdgeschrift" werd tot op heden niet vertaald, hoewel het diepgaande inzichten met betrekking tot het zelfbesef van een zelfbewust orthodox jodendom zou kunnen leveren. Het is "het doel (van zijn) hart", zo schrijft hij, "de wetten te herstellen, de bressen te sluiten, de beschadigde schutting van Mozes te repareren en de kroon van de tora in haar oude pracht en grootsheid te herstellen."

De rabbinaatskandidaat Hermann Warschauer uit Breslau bedankte Sutro, nadat deze hem de eerste band toegestuurd had: "U wilt niet... dat het jodendom achter de muren en wallen van de donkere Middeleeuwen teruggedrongen wordt; u verlangt van de joden geen bloedeloze ascetiek, nee, hij moet ook als staatsburger zijn geestkracht in de waagschaal werpen; hij moet, of hij nu assessor, leraar aan een gymnasium of medicus is, jood zijn. En dat lijkt mij ook juist. Ons doel moeten wij door het jodendom en in zijn geest nastreven, echter niet op kosten van de traditionele leer."
Aan het einde van zijn leven raakte Sutro steeds meer geÔsoleerd, evenredig met de toename van de hervormingswil in de Westfaalse gemeenten. Hij stierf op 10 oktober 1869 in Munster.