Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Zionistische jongerenverenigingen


Het zionisme was vooral populair bij de joodse jeugd.

Oefening aan de rekstok Oefening van Arnold van Dam, lid van Atilla, aan de rekstok.
(Foto: RHC GrA Tg 818 invnr. G20-1448d)
Volgens de voormannen van het zionisme waren voor de opbouw van een toekomstige joodse staat in Palestina gezonde, krachtige vaklieden nodig. Daarom propageerden zij de bevordering van landarbeid en handwerk onder de joden. De beweging legde bevorderde ook lichaamsoefening, die zou de joodse jeugd weerbaar maken. Vooral de oproep tot weerbaarheid sloeg aan in Groningen. In 1918 organiseerden Groninger zionisten de eerste Nederlandse joodse sportdagen. Op deze dagen maten joodse sportverenigingen, zionistisch en niet-zionistisch, hun krachten.

Aan de "joodse volksklasse"


De sportdag van 1918 vormde de opmaat voor stichting van de gymnastiekvereniging Ivria een jaar later. De zionistische doelstelling van de vereniging was ontleend aan de Jüdische Turnerschaft. In de statuten van de Ivria stond, dat zij de lichamelijke ontwikkeling van de joden én de joods nationale gedachte wilde bevorderen. De vereniging richtte dacht hierbij vooral op de "joodse volksklasse", die zij door middel van sport mondig wilde maken. Vergeleken met het clublied van Attila, de andere joodse sportvereniging in Groningen, spreekt dat van Ivria duidelijke taal met zijn verwijzing naar een joodse staat in latere tijden.

Het turnen maakt lenig, veerkrachtig
Schenkt ons moed zelfs in ít nijpende gevaar;
Dus oefenen we allen eendrachtig,
Voor Ivria staan wij steeds klaar.
En mocht ooit in latere tijden
Ons volk onze hulpe verbeiden
Dan vindt men pal in dichte rijen staan
Hedad, hedad, ons Ivria vooraan
Het joodse leerhuis Ets Chajjim aan de Folkingestraat in Groningen, circa 1930 Het joodse leerhuis Ets Chajjim aan de Folkingestraat in Groningen omstreeks 1930 waar niet alleen 'gelernt' werd, maar waar ook de jeugdverenigingen hun vergaderingen hielden.
(Foto: RHC GrA Tg 818 invnr. G20-1766d)

Twijfel bij de ouders


Het zionisme leidde in het begin van de 20ste eeuw tot aanmerkelijke spanningen en verdeeldheid binnen de joodse gemeenschap. Vooral ouders uit de traditionele joodse hoek stonden sceptisch tegenover het zionistische ideaal. Ze wilden niet dat hun kinderen lid zouden worden van zionistische verenigingen.

De verdeeldheid uitte zich in vooral in het verenigingsleven. Zo was er de zionistische jeugdvereniging Metsoedath Tsion ( De Burcht Zion) uit 1917, waar jongeren een cursus Hebreeuws konden volgen, de Tenach bestuderen en een handwerk leren. Haar tegenhanger was de agoedistische jongerenvereniging Machaziekei Touro (zij die de Thora behouden), die ijverde voor het behoud van het traditionele jodendom. De padvindersgroep Mee-Avdoet le Cheroet (Van knechtschap naar vrijheid) ontstond, omdat sommige ouders van kinderen vreesden dat de padvindersvereniging Idunia in zionistisch vaarwater zou komen.
Padvindergroep Idunia, 1927 Padvindersgroep Idunia "op kamp" in 1927
Foto: L. Ast Boiten en G. Zaagsma, De Folkingestraat. Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Groningen, p. 89.

Joods-orthodox fundament


Opperrabbijn Simon Dasberg, rabbijn van 1932 tot 1943, en de in 1891 te Hamburg geboren en latere psychiater Abraham Albert Weinberg speelden een belangrijke rol in Groningen. Beide waren voorstanders van het zionisme. Dasberg was een mizrachi aanhanger. Een joodse staat kon in zijn ogen alleen op een joods-orthodox fundament gebouwd worden.

Weinberg was een vertegenwoordiger van het seculiere jodendom. Dat waren mensen die zich wel verbonden voelden met het joodse milieu, maar die weinig op hadden met traditionele geloofsovertuigingen. Weinberg was betrokken bij vrijwel elke vereniging op zionistische grondslag. Hij verbood "zijn" jongeren deel te nemen aan andere dan zionistische sport- en jeugdverenigingen. Dasberg op zijn beurt waarschuwde "zijn" jongeren voor de verderfelijke invloed van het seculiere zionisme.