Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Oorlogstijd


Op 8 juli 1939 vluchtte Julia met één koffer uit haar huis in Tsjechoslowakije naar Nederland. Dat moest omdat het Duitse leger het Sudentenland had ingenomen.

Briefje van Wilhem Furtwaengler Briefje van de beroemde Duitse dirigent Wilhem Furtwaengler van 15 mei 1944. Hij schrijft hierin dat hij 'natuurlijk' alles wil doen om Julia Culp om Julia te vrijwaren van anti-Joodse maatregelen. Of hij dat echt gedaan heeft, is niet bekend.
Julia Culp was net op tijd gevlucht. Twee dagen later kreeg ze een officieel verbod om zich in het Duitse Rijk te bevinden. Haar huis werd door de Duitse Wehrmacht in beslag genomen en gebruikt als rustoord voor gewonde officieren.

Julia ging bij Betsy in Amsterdam wonen. Maar na de Duitse bezetting in mei 1940 kreeg ze het als jodin ook in Nederland zwaar te verduren. Zij en haar zuster moesten een jodenster dragen en kregen te maken met dicriminerende maatregelen tegen joden.
SS-verklaring van "Sternbefreiung" Verklaring van de SS uit 1944 waarin staat dat Julia Culp een "Sternbefreiung" voor het Nederlandse gebied heeft gekregen. Daardoor hoeft ze geen "jodenster" meer te dragen. Tijdens de rest van de oorlog wordt ze door de bezetters ongemoeid gelaten.

Reddingspoging


In juni 1942 zetten de Duitse bezetters in de Nederlandse kranten de mededeling dat alle joden uit Nederland weggevoerd zouden worden. Dus ook joden zoals Julia die een andere geloof hadden aangenomen. Een familielid bedacht nog een slim plan. Hij diende voor Julia bij de Duitsers het verzoek in om geen jodenster meer te hoeven dragen omdat zij 'een beroemd vertolker van het Duitse lied' was. Helaas: een paar weken later kreeg ze een briefje van SS-Hauptsturmführer Aus der Fünten dat het verzoek afgewezen was. Julia en Betsy doken daarom in september 1942 onder. Eerst in Bussum en toen bij een bewonderaar in een luxe landhuis in Loenen aan de Vecht.

En opnieuw grepen familieleden de goede naam van Julia Culp bij de Duitsers aan om haar te helpen. In 1944 schreven ze brieven naar bekende Duitsers en pro-Duitse Nederlanders die Julia goed kenden. De familie hoopte dat die hun invloed zouden gebruiken om Julia buiten de anti-joodse maatregelen te laten vallen. De collaborerende Nederlandse dirigent Willem Mengelberg kreeg zo'n brief, en ook de Duitse componist Richard Strauss en de Duitse dirigent Wilhelm Furtwängler.
Julia en haar zuster Betsy in 1950 Julia Culp en (aan de piano) haar zuster Betsy op een foto ter gelegenheid van haar zeventigste verjaardag in 1950.

Reactie van Furtwängler


Alleen Furtwängler reageerde. In mei 1944 schreef hij terug dat hij er "natuurlijk" alles aan zal doen om Julia te helpen. Maar hij schreef er meteen een beetje laf bij dat hij niet wist of "de heren die er over gaan wel uitzonderingen mogen maken".

Of het deze brievenactie was die geholpen had, is niet bekend, maar Julia kreeg in juni 1944 een verklaring dat ze geen jodenster meer hoefde te dragen. En dat de anti-joodse maatregelen niet meer voor haar golden.

Ze kon weer opduiken en teruggaan naar haar flat in Amsterdam waar ze bijna twee jaar niet meer geweest was.

Na de oorlog ging Julia Culp in de zelfde woning rentenieren met het geld dat haar verkochte voormalige bezittingen in Tsjechoslowakijke opgebracht hadden. De "Hollandse nachtegaal" stierf op 13 oktober 1970, 90 jaar oud.