Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Jakob Loewenberg als auteur


Tussen 1890 en 1900 ontstonden Jakob Loewenberg’s eerste literaire werken, waarin hij zich ondanks alle antisemitische vijandigheden voor de eenheid van Duitsers en joden uitsprak.

Loewenberg’s boek "Aelfrida" Loewenberg’s boek "Aelfrida".
Afbeelding: Joods Museum Westfalen
Tegen het einde van zijn leven stelde hij vast: "Wanneer ik ooit op iets trots ben geweest, dan was het om Duitser en jood te zijn." Programmatisch is ook de zin uit de omstreeks de eeuwwisseling ontstane roman "Aus zwei Quellen" (Uit twee bronnen): "Ook de beek, die uit twee bronnen ontspringt, verenigt zijn water rustig in de grote zee."

In 1891 werd Loewenberg actief lid van de nieuw opgerichte "Literarische Gesellschaft" (Literair Genootschap) in Hamburg, dat zich met het idee van de volksontwikkeling verbonden voelde. Maar reeds na enkele jaren verliet Loewenberg teleurgesteld deze literaire kring wegens antisemitische faux pas.

Deze ervaringen betekenden voor Loewenberg de aanleiding om zich steeds intensiever met de antisemitische aanvallen op het Duitse jodemdom alsmede met de nationaal-joodse eisen van het opkomende zionisme bezig te houden. Onder de titel "Mein Vaterland"
(Mijn vaderland) sprak hij zich ondanks alle vijandigheden – zoals andere Duits-joodse patrioten – empatisch voor Duitsland uit.
Jakob Loewenberg omstreeks 1926 Jakob Loewenberg omstreeks 1926.
Foto: Leo Baeck Institute, New York

"We hebben leren hopen en wachten"


Loewenberg was er vast van overtuigd, dat "de ontwikkeling der mensheid langzaam voortschrijdt. Toen Lessing ongeveer 160 jaar geleden zijn kleine komedie 'De Joden' schreef, was een criticus van mening, dat de handeling van het stuk nauwelijks mogelijk was, want zo’n fatsoenlijke of edele jood, zoals in dit werk beschreven werd, bestond gewoon niet. Dertig jaar later verscheen 'Nathan' en werd wel geloofd. (...) En 100 jaar geleden verwierven wij tenslotte de burgerrechten. Na nog 100 jaar – wij hebben geleerd te hopen en te wachten – zal het misschien niemand meer in z’n hoofd halen om eraan te twijfelen, dat wij Duitsers zijn. (...) Wij mogen alleen onze menselijke waardigheid niet cadeau doen, wij moeten ons zelf echter als Duitsers voelen en als Duitsers werken – ondanks alles."

De laatste aantekening stamt van 24 augustus 1926. "Vandaag was het volgens de joodse kalender de 50ste verjaardag van onze vader. Ik verzonk in mijn herinneringen ... 's Middags ging ik naar de begraafplaats in Ohlsdorf. Op de terugweg vroeg mij een kleine jongen, misschien drie of vier jaar oud, die voor een klein tuintje stond: Waar woon je? Wil je nu naar huis gaan? – Ik ga spoedig naar huis, dacht ik."

Loewenberg was 70 jaar oud, met zijn gezondheid stond het reeds geruime tijd niet al te goed. In januari 1929 kreeg hij een zware griep. Hij stierf op 9 februari 1929 en werd op de joodse begraafplaats in Hamburg-Ohlsdorf bijgezet. Een jaar later stierf ook zijn vrouw Jenny, met wie hij sinds 1895 getrouwd was.
Omslag van de gedichtenbundel "Aus jüdischer Seele" Omslag van de gedichtenbundel
"Aus jüdischer Seele".
Afbeelding: Joods Museum Westfalen

Sceptisch commentaar


Enkele dagen na zijn dood publiceerde de "Jüdische Rundschau" van 19 februari 1929 een commentaar betreffende Loewenberg’s werken uit nationaal-zionistisch perspectief, dat alle assimilatiepogingen sceptisch beoordeelde. Loewenberg, zo wordt gezegd, is een typische vertegenwoordiger van een vergane generatie geweest, die in de assimilatie hun hoogste ideaal zag. Zo waren veel van zijn gedichten een verheerlijking van het Duits-zijn. Het moderne joodse gevoel, en dat betekent de ideeën en doelen van het zionisme, ligt echter in 't geheel niet in Loewenberg’s werk besloten.

In de herdenkingsrede van de Hamburger Senaat staat: "Hij was een voorbeeldig opvoeder van de jeugd, een fijnzinnige dichter, een steeds goedig en hulpvaardig mens."

Zijn publicaties werden bij de boekenverbranding in 1933 als "undeutsch" vernield en zijn sindsdien vrijwel onbekend.