Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Onderduik en arrestatie


Slechts weinig joden konden een onderduikadres vinden. En als ze al een adres vonden, was dat slechts zelden een garantie om de oorlog te overleven.

De voormalige brugwachterswoning bij Ellerhuizen Jozef en Regina Meijer doken onder op meerdere adressen. Hier, aan de overkant van het Boterdiep, was hun laatste onderduikadres: de voormalige brugwachterswoning bij Ellerhuizen.
Foto: Marcel Wichgers
Jelly Veentjer-Ottens (1931) is de dochter van het brugwachterechtpaar Ottens. Zij herinnert zich nog veel over hoe het echtpaar Meijer ongeveer een jaar bij hen in huis, op een kamertje op de bovenverdieping, leefde. Ze waren een soort opa en oma voor haar.

"Ik bracht hen elke dag de maaltijd", vertelt ze. "Dan deden we spelletjes zoals Mens erger je niet. Of ze vertelden verhaaltjes. Maar verder wilden ze weinig over zichzelf zeggen. Niet over hun andere onderduikadressen en niet over hun joodse achtergrond. Ik wist zelfs niet waar de gewoond hadden."
Plaquette aan de woning van het echtpaar Meijer aan het Boterdiep in Bedum Plaquette aan de woning van het echtpaar Meijer aan het Boterdiep in Bedum. De plaquette verbeeldt de levenslijnen van het echtpaar, uiteindelijk leidend naar Auschwitz. Ook vormen de lijnen een davidster.
Foto: Marcel Wichgers

Voortdurend in angst


Jelly besefte niet eens dat het echtpaar joods was. "Ze aten gewoon wat de pot schafte, dus niet-koosjer voedsel." Ook heeft ze geen idee van de manier waarop ze de tijd op hun kamer doorkwamen. "Wel merkte ik dat hij vrolijker was dan zij. Zij zat voortdurend in angst om opgepakt te worden." Het onderduikadres was bekend bij het verzet in het dorp Bedum. Dat stopte regelmatig voedselbonnen voor het echtpaar in de brievenbus.

Jelly Veentjer-Ottens lag in het najaar van 1943 om een uur of elf ís avonds te slapen in haar bedstee toen Nederlandse politiemensen op de voordeur bonsden. Nadat haar ouders de deur openden, kwamen ze binnen met acht gearresteerde onderduikers.
Het Scholtenshuis aan de Grote Markt in Groningen Het Scholtenshuis aan de Grote Markt in Groningen. Hier werd het gearresteerde echtpaar Meijer ondervraagd.
Foto: collectie RHC Groninger Archieven

Vluchtpoging mislukt


Even later probeerde het gealarmeerde echtpaar Meijer te vluchten naar een schuilplaats halverwege de trap. Maar ze werden gezien door de politie. Josef vluchtte het veld in en werd na een beschieting gearresteerd. Regina sneed uit wanhoop haar polsen door.

De arrestanten werden meegenomen naar het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst SD, het Scholtenshuis aan de Grote Markt in Groningen. Daar zou Josef Meijer van het balkon gesprongen zijn en daarbij zijn schouder gebroken hebben. "Toch heeft hij zijn vrouw in een oude kinderwagen naar het station moeten duwen", meent mevrouw Veentjes. Het echtpaar Meijer werd binnen een paar dagen via doorgangskamp Westerbork naar Auschwitz getransporteerd. Daar werden ze vergast.

Op de buitenmuur van de voormalige woning van het echtpaar Meijer in Bedum is een plaquette aangebracht.

Meer informatie over het echtpaar Meijer is te vinden op de website www.jodenvervolgingbedum.nl.