Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Het "laatste station" – bijvoorbeeld Izbica...


Het doel van vele jodendeportaties uit het Duitse Rijk was Izbica in het district Lublin – een zogenaamd doorgangsgetto. Het lag direct naast de spoorlijn van Lublin naar Belzec.

Leden van de Jodenraad van Izbica 1941 Leden van de Jodenraad van Izbica 1941.
Foto: M. Kirnberger/Deutsches Historisches Museum
Daar werden in 1942 ca. 8.000 Duitse joden geconcentreerd, in totaal gingen 26.000 joden van verschillende nationaliteiten door dit kamp; ze bleven daar weken resp. maanden voor het verdere transport naar de plaatsen van de massavernietiging.

Het gedwongen samenleven onder verschrikkelijke omstandigheden leidde tot conflicten en strijd - ook tussen de verschillende nationale groeperingen. Er was geen werk voor de gedeporteerden; ze leefden voornamelijk van de verkoop van het meegebrachte eigendom dat hen nog restte. Tyfusepidemieën en willekeurige moorden door de SS decimeerden de gevangenen in Izbica, ook wanneer er geen transporten waren.
Brief van Ernst Krombach uit Essen Gesmokkelde brief van Ernst Krombach uit Essen aan zijn verloofde Marianne Ellenbogen over het leven in Izbica.
Afbeelding: privéarchief Mark Roseman

Het verslag van Ernst Krombach


Ernst Krombach, in april 1942 van Essen naar Izbica gedeporteerd, kon zijn verloofde in Essen in verschillende, ondanks het schrijfverbod, gesmokkelde brieven uitvoerig de toestanden in dit kamp beschrijven; in de eerste brief van 22 augustus 1942 schrijft hij onder andere:
"I. is een dorp dat in een dalkom verborgen ligt en vroeger grotendeels door joden (Poolse) bewoond werd – ca. 3.000. Landschappelijk ligt het heerlijk… De "huizen" zijn grotendeels van hout of leem en bestaan uit 1 of 2 "kamers"... in een paar met de luxe van een bed, tafels en stoelen. Wij zelf huizen het minst comfortabel in vergelijking met de meeste anderen, daarvoor echter met uitzicht op groen en vrijheid, rustig, zonnig en zonder stank (namelijk zonder riolering). Met 12 personen: 4 Rudi, 3 Katzenstein, 2 Meyer (familie van Rudi) en wij in een 2 x 4 m groot uitgehold vertrek....
Nu wat over de "Jodenstaat": Voordat het 1ste transport hier binnenkwam, werd I. grotendeels van Poolse joden gezuiverd, d.w.z door de S.S. met geweer en knuppels. In maart kwam het 1ste transport hier aan - uit Tsjechoslowakije (Theresienstadt, waar ze al 2 maanden waren); het 2de transport kwam ook uit Tsjechoslowakije en daarmede waren de posten en postjes bezet, tot op heden. Daarna kwamen de transporten achter elkaar: Aken, Nürnberg,
Aken-Düren, Breslau, Essen, Stuttgart, Frankfurt, 2 x Slowakije, 2 x Theresienstadt enz.....
Zoals I. zijn er in de omgeving nog verschillende dorpen, bewoond door Poolse en geëvacueerde joden, Poolse Ariërs en enkele Volksduitsers, zonder prikkeldraad.
Dit district wordt door 2 S.S.-lieden en een machinepistool beheerst. In het dorp zelf regeert, onder controle van de S.S., de zog. "Jodenraad" met zijn gehele organisatie, zoals registratie, ordedienst, sanitaire ordedienst, desinfectie, begrafenissen, materiaaladministratie, hout, ruimtelijke ordening, volkskeuken enz. De Jodenraad bestaat uit de transportleiders.... een moeilijke situatie voor ons Duitsers die met vele illusies van een kameraadschappelijke samenleving zijn vertrokken."
(uit: Mark Roseman, "In einem unbewachten Augenblick", Berlijn 2002, S. 230 ff.)
Straattafereel in Izbica 1941 Straattafereel in Izbica 1941.
Foto: M. Kirnberger/Deutsches Historisches Museum
Tot november 1942 werden alle in Izbica overgebleven joden gedood. Tienduizenden joden werden door de nationaal-socialistische overheid vanaf begin 1940 uit Duitsland en Oostenrijk naar de regio Lublin gedeporteerd, d.w.z. naar Piaski, Opole Lubelskie, Glusk en Zamosc. De meeste van hen werden in Belzec, Sobobor en Majdanek vermoord.