Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Godsdienstonderwijs


In Groningen ontpopte Clara Asscher-Pinkhof zich tot een tegendraadse opvoedkundige, die er niet voor terugdeinsde heilige huisjes omver te halen. Maar ook was ze een rebelse rabbijnsvrouw.

Avraham Asscher Avraham Asscher, de man van Clara.
In Groningen bleef Clara zich met onderwijs bezighouden, maar niet meer als lerares. Ze was een rebelse pedagoge (opvoedkundige) die tegen heilige joodse huisjes in het onderwijs en de opvoeding aanschopte. Ze maakte plannen om het godsdienstonderwijs aan Joodse kinderen te verbeteren.

Clara vond dat op de joodse godsdienstscholen "tegen de kinderziel gezondigd werd". "Er viel een stal op te ruimen, die minstens een eeuw van stof en spinnewebben in zich vergaard had", vond ze. Volgens Clara deed het joodse godsdienstonderwijs er toen alles aan om jonge mensen zich van het jodendom te laten afkeren. Kinderen zouden de lessen ervaren als "gehate uren der gevangenschap".
Avrahams synagoge De synagoge in Groningen waar Avraham Asscher rabbijn was.
Foto: P.B. Kramer

Veranderingen in het onderwijs


Avraham vroeg haar daarom haar plannen te bespreken met de godsdienstonderwijzers in de stad. "Dat was iets geheel nieuws", schreef Clara. "De traditie wilde, dat het godsdienst-onderwijs van bovenaf geregeld werd en voorgeschreven door de opperrabbijn, die in vele gevallen nog nooit onderwijs gegeven had en nauwelijks wist wat een kind was. (…) En daar nodigde de nieuwe opperrabbijn de godsdienstonderwijzers uit de stad uit, om samen met zijn vrouw de meest ingrijpende veranderingen in het leerplan onder ogen te zien. (…) Ze waren er gelaten onder."

Clara hield niet van het keurige leventje dat ze als rabbijnsvrouw moest leiden sehen Sie dazu einen kurzen Filmausschnitt. Daarover schreef ze eens: "Ik deed plichtsgetrouw alles, wat van mij verwacht werd: ik droeg een pruik over mijn eigen haar heen, als teken van getrouwde-vrouwzijn, bij wijze van sluier, maar het lag mij niet. Het was een dagelijks feest, s avonds de pruik af te zetten en mijn eigen lange haren te kammen en te vlechten."

Ze had een hekel aan de bezoekjes die ze als vrouw van de rabbijn – "mevrouw Opperrabbijn" werd ze dan tegen haar zin genoemd – moest afleggen. Ze vroeg daarom vrouwen die ongeveer even oud waren "je" en "Clara" tegen haar te zeggen.