Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


De oostjoodse familie Moszkowicz


Imo Moszkowicz stamt uit een oostjoodse familie. Zijn vader Benjamin behoorde tot de Poolse joden die als krijgsgevangen dwangarbeiders vanaf 1914 in Duitsland terecht kwamen.

Benjamin Moszkowicz Benjamin Moszkowicz
In de mijnbouwstad Ahlen moest de geschoolde schoenmaker aanvankelijk in de mijn werken, waar hij door een ongeluk enige vingers van zijn linkerhand verloor.

Benjamin Moszkowicz bouwde een bescheiden bestaan als schoenmaker op en kon zijn vrouw en de eerste beide kinderen Rosa en Moses uit Polen laten overkomen.

De familie Moszkowicz leefde in barakken aan de stadrand van Ahlen. De familie kreeg in de loop der tijd nog vijf kinderen. Beide ouders waren analfabeet en spraken slecht Duits.

"Mijn vertwijfelde moeder..."


De vaak vertwijfelde materiële situatie van de vader – "zeker de armste jood in Münsterland" - schildert Imo Moszkowicz zo:
"Op de dagen dat de mijnwerkers hun loon uitbetaald kregen, ging hij de verzoolde schoenen rondbrengen, maar omdat het zojuist ontvangen loon tegelijkertijd naar het café gebracht werd om het kolenstof weg te spoelen, dat men zo boosaardig ophoestte, bleef voor het schoenmakersloon niet veel meer over... Mijn vertwijfelde moeder, die de magen van zeven kinderen moest vullen, was vaak aan het eind van haar oneindig schijnende geduld en er waren woeste echtelijke ruzies, vertwijfelde gevoelsuitbarstingen, wanneer vader met lege handen thuis kwam. In het Pools, Russisch en Jiddisch werden alle verwensingen van deze aarde gelijktijdig gevloekt."
Chaja Moszkowicz Chaja Moszkowicz.
Ondanks de ontmoedigende uiterlijke levensomstandigheden ontwikkelden zich bij enige kinderen al vroeg individuele talenten. Imo las bijvoorbeeld vele boeken en interesseerde zich al tijdens zijn schooltijd voor het toneel; zijn broer Hermann was een begaafd tekenaar.

Vanaf 1933 werd de situatie nog moeilijker. De sociale uitkeringen werden eerst bekort, daarna geschrapt. Tengevolge van de antisemitische propaganda bleven steeds meer klanten weg. Slecht weinig mensen durfden in deze jaren nog een menselijke houding tegenover de overgebleven joden te tonen en hen te helpen.

Toen de familie de huur niet meer kon betalen, mocht zij de woning van het joodse school- en gemeentehuis betrekken, als tegenprestatie hield Chaja Moszkowicz het gebouw en de synagoge schoon.
Joods gemeentehuis Ahlen, Klosterstraße 13,
1935–1939 ook woning van de familie Moszkowicz.
Alle foto’s: privéarchief H.W. Gummersbach
Begin 1938 ontving de vader de uitreisvergunning naar Argentinië. Hij slaagde er echter niet meer in om zijn familie uit Duitsland te redden. Zij stond op het punt om te vertrekken, toen de pogroms van 9 en 10 november 1938 door de naziregering georganiseerd werden.

Zoals in heel Duitsland vond ook in Ahlen op 9/10 november een georganiseerde aanval op de joodse bevolking plaats. Nationaal-socialistische activisten ter plaatse plunderden de zaken en woningen, verwoestten de instellingen en mishandelden de mensen. De voorzanger van de Ahlener gemeente werd met lichamelijk geweld gedwongen de Thora te schenden, een huisvader werd de dood in gejaagd. De verwoesting van de synagoge gebeurde met koele berekening – de omringende huizen werden beschermd.

Vergeefs vertrek


Na de shock van de novemberpogrom probeerden de meeste joden, die nog in Duitsland woonden, een uitreisvergunning te krijgen. Op de aandrang reageerden vele immigratielanden echter met verscherpte beperkingen. Ook voor de familie Moszkowicz raakte het doel Argentinië steeds meer uit het oog.

In november 1939 besloot de gemeenteraad van Ahlen om alle joodse inwoners de stad uit te wijzen. Hun bezittingen werden goedkoop aan de bevolking verkocht. Imo Moszkowicz trok daarna met zijn familie naar Essen, een van de weinige steden die nog vestigingsvergunningen aan joden verleende. Hij woonde in een zogenaamd "jodenhuis", later in een noodverblijf. Hij en zijn broers David en Hermann verrichtten uiterst zware dwangarbeid voor een bestratingsfirma en het energieconcern RWE.

De geruchten over de massamoord op de joden waren inmiddels al sterker geworden, toen zijn moeder Chaja en vier van zijn broers en zussen op 22 april 1942 naar Izbica in het district Lublin gedeporteerd en later in nationaal-socialistische vernietigingskampen vermoord werden.

Nauwelijks een jaar later werd ook Imo Moszkowicz naar Auschwitz gedeporteerd. Na 1945 keerde hij naar Duitsland terug en begon een carrière als toneelspeler en regisseur.
Imo's vader Benjamin overleefde in Zuid-Amerika.