Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Erich Gottschalk (1906–1996)


Erich Gottschalk, aanvoerder van het joodse kampioenselftal van 1938 werd op
16 maart 1906 in Wanne (tegenwoordig een wijk van Herne) in het Roergebied geboren.

Erich Gottschalk rond 1930 Erich Gottschalk rond 1930.
Zijn ouders bedreven vanaf 1912 een goed lopende zaak voor decoratieartikelen in Bochum.
Erich bezocht in Bochum de lagere school en daarna het gymnasium dat hij met het einddiploma middelbaar onderwijs in 1923 verliet. Een bankopleiding moest hij wegens het faillissement van de firma afbreken en daarop liet hij zich tot 1923 tot koopman opleiden. In 1929 verhuisde hij naar Karlsruhe en werkte daar bij een textielhandel. In 1933 moest hij deze baan opgeven en hij keerde naar Bochum terug waar hij in de ouderlijke firma meewerkte.

Sportief


Erich was lid van de Bochumer gymnastiek- en sportvereniging TUS 48 en de Makkabi-sportclub – zijn grootste belangstelling ging uit naar de voetbalsport. In 1932 werd Gottschalk lid van de voetbalafdeling van "Hakoah". Dit toewijding aan de sport bood hem een relatief zorgeloze tijd. In 1938, midden in de NS-tijd, won Gottschalk als aanvoerder van zijn team van de sportbond "Schild" het Duitse kampioenschap in de joodse competitie.

In 1935 verloofde hij zich met Rosa Strauss uit Bochum; haar familie volgde hij in 1936 tijdelijk naar Nederland. In 1937 trouwden Erich en Rosa, van wie de ouders verder naar Zuid-Afrika gevlucht waren.

Na de novemberpogrom van 1938, waarbij ook de zaak van de ouders van Gottschalk verwoest werd, nam de Gestapo Erich tijdelijk in het concentratiekamp Sachsenhausen bij Berlijn in hechtenis. Gottschalk vluchtte na zijn vrijlating in december 1938 met zijn vrouw en ouders naar Holland.
Trouwfoto van Rosa und Erich Gottschalk 1937 Trouwfoto van Rosa und Erich Gottschalk 1937.
Maar de Nederlandse regering was door de grote stroom van joodse ballingen verontrust. Ze zette daarom in de afgelegen en dun bevolkte provincie Drenthe het "Centrale Vluchtelingenkamp Westerbork" op, dat vanaf oktober 1939 joodse vluchtelingen opnam. Van hieruit hoopten velen - ook de familie Gottschalk - hun vertrek naar overzeese landen te kunnen organiseren.

Na de overval van de Duitse troepen op Holland op 10 mei 1940 klapte de val dicht. De rest van de familie had te lang gewacht; vertrek naar een veilig land was nu niet meer mogelijk.

Tussen hoop en vrees


Gottschalk werd de dag na de bezetting door de Duitse troepen gearresteerd en met zijn familie naar het kamp Westerbork gebracht. Meer dan vier jaar verbleef de familie Gottschalk in dit kamp, steeds tussen hoop en vertwijfeling.
Erich’s broer Siegfried, diens vrouw Rosa en Erich Gottschalk (rechts), daarvoor Renée Gottschalk in Westerbork Erich’s broer Siegfried, diens vrouw Rosa en Erich Gottschalk (rechts), daarvoor Renée Gottschalk in Westerbork.
Alle foto’s: Privéarchief A. Eiynck
In januari 1944 werd de familie gescheiden. De ouders werden naar Theresienstadt gebracht en vandaar al spoedig naar Auschwitz gedeporteerd. In september 1944, toen de geallieerde troepen al voor Antwerpen stonden, werden ook Erich Gottschalk met zijn vrouw en hun in 1941 geboren kind bij een van de laatste transporten naar Theresienstadt gebracht.
Daar scheidden zich hun wegen.

Via Auschwitz werd Erich Gottschalk naar het werkkamp Tschechowitz in Polen gebracht. Bij de opmars van de sovjettroepen half februari 1945 werden de gevangenen op een "dodenmars" gestuurd. Maar Gottschalk kon vluchten en keerde na het einde van de oorlog naar Nederland terug, waar hij tot het einde van zijn leven bleef.
Van de dood van zijn familieleden hoorde hij pas lang na 1945; geruime tijd hoopte hij erop - tegen alle verwachtingen in - dat zij overleefd hadden. In 1961 trouwde hij opnieuw.

In het beroepsleven kon hij door zijn traumatische belevenissen tijdens de shoah nooit meer echt op de been komen; hij verweet zichzelf vaak dat hij zijn familie in 1937 niet naar Zuid-Afrika gered had.

Erich Gottschalk stief in 1996. Pas na zijn dood werd het onvoltooide manuscript van een autobiografisch getinte roman "Moffen, joden en kaaskoppen" gevonden dat tot nu toe niet gepubliceerd kon worden.