Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Het Athene van het Noorden: studententijd


Levy Ali Cohen was een typische vertegenwoordiger van het universitaire milieu van Groningen in de eerste helft van de 19e eeuw.

Levy Ali Cohen, 1862 Portret van Levy Ali Cohen in 1862.
(Foto: particulier bezit)
Het universitaire klimaat van die tijd kenmerkte zich doordat de hoogleraren uit verschillende opvattingen het kozen wat zij het beste vonden. Met een moeilijk woord wordt dat ook wel het eclecticisme genoemd. Opvattingen uit de Romantiek en Verlichting, de twee voornaamste filosofische stromingen van die tijd, versmolten er tot een manier van wetenschap die vooral was gericht op het maatschappelijk nut.

In 1836 schreef Levy Ali Cohen zich als student geneeskunde in aan de in 1614 gestichte Universiteit van Groningen. Hij was niet de eerste joodse student. Ook al in de 17e en 18e eeuw studeerden hier incidenteel joden. Maar het aantal joodse studenten nam pas een grotere vlucht na de burgerlijke gelijkstelling van de joden in 1796 en het daarmee inzettende proces van emancipatie.
Hoofdgebouw van de Groninger Universiteit omstreeks 1860 Hoofdgebouw van de Groninger Universiteit omstreeks 1860. Litho van Joh. Poppel naar een tekening van L. Rohbock.
(RHC GrA Tg 1536 invnr. 3669)

Brede belangstelling


Ali Cohen had een brede belangstelling. Behalve de verplichte colleges voor geneeskunde deed hij zijn wetenschappelijke kennis vooral op aan de in 1815 gestichte faculteit voor wis- en natuurkunde. Behalve wis- en natuurkunde gold zijn belangstelling vooral de statistiek of politieke rekenkunde, zoals het toen ook wel werd genoemd. De belangrijkste persoon in zijn leven was toen zonder twijfel de hoogleraar Theodorus van Swinderen (1784–1851). Deze was een natuurromanticus en verzamelaar van gesteenten in de nabije omgeving van Groningen. Met deze hoogleraar trok hij er vaak op uit. Deze praktische lessen hebben zeker bijgedragen aan zijn liefde voor het Groningse landschap. Van Swinderen maakte hem ook bekend met de werken van Kant, Schelling en Goethe, die Ali Cohen nog vaak zou aanhalen in zijn latere geschriften.

Grote invloed op de jongeling ging ook uit van Hermannus Christiaan van Hall (1801–1874), hoogleraar in de plant- en landbouwhuishoudkunde. Evenals Van Swinderen stond ook hij een systematische beschouwing van de natuur voor. De kosmos was volgens hem te vergelijken met een groot harmonisch uurwerk, waarvan de mechanismen door de wetenschap verklaard konden worden.

Gefascineerd


Ali Cohen was net als veel hedendaagse wetenschappers gegrepen door het idee dat aan alle krachten in de natuur een enkel eenheidsbrengend beginsel ten grondslag moest liggen. Voor hem was dat het principe van circulatie. Volgens hem was de natuur beweging die plaats vond in de vorm van circulatie; beweging die eindigde waar ze begon en begon waar ze eindigde. In dit continue proces van ontstaan en verval lag het wezen der schepping. Meermalen getuigde hij hartstochtelijk van de schitterende en geordende wijze waarop de natuur was ingericht.

"Niets in de schepping bestaat, of het levert ons de grootste bewijzen van eene alomtegenwoordige Voorzienigheid, die eene doelmatigheid en wijsheid, eene volkomenheid bij geen overtolligheid, eene eenheid bij de grootste verscheidenheid […] die wij slechts bewonderen, niet bevatten kunnen", schreef hij in 1842. Hoe verschillend de natuur zich ook aan ons voordoet, in principe was het een groot harmonisch stelsel. En aan wie anders dan aan God kon men een dergelijke harmonie toeschrijven?