Henrichshütte Hattingen

LWL-Industriemuseum | Westfälisches Landesmuseum für Industriekultur

Menu

Geschiedenis ontdekken

Destijds: werkgever voor 10.000 mensen

De in 1854 gestichte Henrichshütte is een onderneming aan de Roer die op een lange traditie kan bogen. De nabijheid van steenkool en ijzeroer had het Roerdal toentertijd aantrekkelijk gemaakt voor de oprichter van de onderneming, graaf Henrich von Stolberg-Werningerode uit de Harz, De Henrichshütte ontwikkelde zich in de loop der decennia tot een succesvolle grote onderneming met eigen kolenwinning en ertsmijnen, hoogovens, cokesfabriek, staal-, wals- en smederijbedrijven in het buitenland. De totale productie vond plaats op het fabrieksterrein: van het smelten van ijzer en staal en het walsen van plaatstaal tot de aparte vervaardiging van wielen voor treinen en van schroeven voor schepen. In 1965 leverde de firma de kokend-waterreactor voor de eerste nucleaire elektrische centrale van de Bondsrepubliek.

Meer dan 10.000 mensen vonden in de bloeitijd in de verschillende onderdelen van het bedrijf werk. De meesten woonden in de onmiddellijke nabijheid hiervan. Zo drukte de Henrichshütte ook een stempel op het stadsbeeld, op het landschap en op de mensen aan de Roer. In 1987 liet men de hoogovens uitgaan. Het stilleggen van de smederij in 2004 betekende het doven van het “laatste vuur aan de Roer”. De Henrichshütte is daarmee een symbool zowel voor de opkomst en bloei van staal en ijzer, alsook voor licht en schaduw van de structurele verandering in het Roergebied.

Nu: industriecultuur, die leeft

Sinds 1989 ontwikkelt het Landschaftsverband Westfalen-Lippe (LWL) de voormalige hoogovenonderneming tot een museum. Hier laat het Westfaalse industriemuseum zien hoe ijzer en staal worden vervaardigd, en vertelt het de geschiedenis van de mensen die in de schaduw van de hoogoven leefden. U kunt met de “blauwe rat”, de maskotte van het museum, op ontdekkingstocht gaan door de wereld van het ijzer (“de route van de rat”, in het Duits). De natuur van het industriegebied ontvouwt zich op de “groene route” (Duits en Engels). Uitzonderlijke plaatsen worden door de museumgasten op de “route van het ijzer” aangedaan (Duits en Engels).

Zij gaan met de lift omhoog in de 55 meter hoge staalconstructie, de oudste hoogoven in het Roergebied. Vervolgens voert de route naar beneden naar de giethal, waar het ijzer in blokvormige eenheden werd gegoten. Films en interviews laten zien, hoe de mijnwerkers ooit werkzaam waren in het vuur dat vonken spatte. In de historische afdeling van de ruimte, waar de machines stonden die voor wind en energie zorgden, vormen blaaswerk, Thomasconvertor, smidshamers en walserij de eerste bouwstenen op de “route van het staal”, die is uitgezet.

Leren en ervaren gaan thans in het industriemuseum in de vorm van attractieve aanbiedingen hand in hand. Tijdelijke tentoonstellingen, demonstraties en activiteiten in de gieterij waaraan men mee kan doen, ontdekkingstochten op de verschillende routes door de hoogoven en een gevarieerd cultureel programma in de energiecentrale met concerten en theatervoorstellingen ’s-avonds trekken jaarlijks vele duizenden bezoekers aan. Kortom: de ijzergieterij van weleer is nu industriële cultuur, die leeft.