Acht plaatsen - één museum

Tot het LWL-Industriemuseum - Provincaal Westfaals museum voor industriëlle cultuur - behoren acht vooraanstaande overblijfselen uit de industriële geschiedenis: drie mijnen, een hoogoven, een scheepslift, een textielfabriek, een steenbakkerij en een glasblazerij. Gebouwen, machines en inventaris werden en worden gerestaureerd zonder dat daarbij kosten of moeite werden of worden gespaard. Zij staan nu centraal in onze museale activiteiten.

Wij conserveren, onderzoeken en dragen als eerste en grootste industriële museum van Duitsland de cultuur van het industriële tijdperk uit.Onze belangrijkste tentoonstellingsstukken worden gevormd door prominente monumenten. Onze grote aandacht gaat uit naar de mensen die in de fabrieken en in het industriële milieu gewerkt hebben. Velen van hen leert u in onze presentaties kennen.

Geschiedenis van het museum

In de jaren zestig zette een fundamentele structurele verandering in Nordrhein-Westfalen in. Steeds meer industriële bedrijven sloten hun poorten, duizenden arbeidsplaatsen gingen verloren, en veel overblijfselen uit het industriële tijdperk verdwenen. Om te zorgen dat de geschiedenis van dit invloedrijke tijdperk niet wordt vergeten, besloot het Landschaftsverband Wetsfalen-Lippe (LWL) om gebouwen, dingen en herinneringen betreffende de leef- en arbeidsomstandigheden uit die tijd te bewaren. Zo ontstond in 1979 het eerste museum voor industriële cultuur in Duitsland.

Het eerste begin werd gevormd door de machinehal van de kolenmijn Zollern in Dortmund met haar imposante Jugendstilarchitectuur. De redding – in 1969 - van dit prestigieuze gebouw, dat uit staal en glas bestaat, luidt het begin in van de aandacht voor industriële archeologie in Duitsland en voor industriële cultuur.

Machinehal van de kolemijn Zollern
Een glasblazer in Petershagen

Levende industriële cultuur

Hoe verscheiden onze acht plaatsen ook zijn waarin de industriële geschiedenis herleven, ook zijn, zij hebben één ding gemeen: bij tentoonstellingen, rondleidingen en workshops mikken wij op zelfwerkzaamheid. U gaat met toepassing van schering en inslag aan het weven, geeft met uw eigen handen vorm aan een baksteen, tilt een pikhamer op, blaast door een glasblazerspijp of neemt dieren en planten van braakliggend industrieterrein onder de loep. Zo kunt u bij ons industriële cultuur in de ware zin van het woord “begrijpen”.

Wij zijn een museum voor jong en oud: daarom vindt u bij onze rondgang langs de presentaties ook modellen en teksten, die speciaal voor kinderen zijn ontwikkeld. Maar ook programma’s, die iets spannends voor ouderen bieden.  
En er is nog iets bijzonders in het industriemuseum van het LWL: behalve periodieke tijdelijke tentoonstellingen trekken honderden evenementen bezoekers naar onze acht plekken. Want wij zijn niet “alleen” een museum, maar ook een forum voor de cultuur van de regio in al haar diversiteit: voor beeldende kunst, theater, muziek enzovoort. Bij ons is er dan ook ruimte voor zowel de konijnententoonstelling als het pianoconcert, voor de ruilmarkt als voor de kunst. Kortom: wij zijn een levend museum.